Schoolreglement

INLEIDING

Beste ouder,
Ons schoolreglement bestaat uit verschillende delen. Het eerste deel bevat heel wat nuttige informatie en contactgegevens. Dit deel maakt strikt genomen geen deel uit van het schoolreglement, maar sluit er wel nauw bij aan, daarom worden ze hier toch opgenomen. In het tweede deel vind je het pedagogisch project van onze school en de engagementsverklaring van het katholiek onderwijs. In het derde deel vind je het eigenlijke reglement dat o.a.  bestaat uit de engagementsverklaring tussen school en ouders, informatie rond inschrijving, ouderlijk gezag, de organisatie van de leerlingengroepen, afwezigheden, uitstappen, het getuigschrift op het einde van het basisonderwijs, onderwijs aan huis, herstel- en sanctioneringsbeleid, de bijdrageregeling, vrijwilligers, welzijnsbeleid, afspraken en leefregels, leerlingenevaluatie, beleid op leerlingenbegeleiding, revalidatie en privacy.
De inschrijving van je kind op onze school houdt in dat je akkoord gaat met het volledige schoolreglement. Soms is het nodig om het schoolreglement aan te passen. Aanpassingen aan het eerste deel zijn eerder administratieve wijzigingen, hiervoor is er niet opnieuw een akkoord nodig van de ouders. Wijzigingen aan het pedagogisch project en aan het eigenlijke reglement worden opnieuw ter akkoord aan je voorgelegd. Alle delen van het schoolreglement worden op de schoolraad besproken.


Wij hopen op een goede samenwerking!
De directie en het schoolteam

DEEL I: INFORMATIE

1. CONTACT MET DE SCHOOL

We trachten zo veel mogelijk bereikbaar te zijn. Hieronder vind je onze contactgegevens. Aarzel niet om contact op te nemen.

Terug naar boven

1.1 Directeur

Naam: Simone HENDERICKX
Telefoon en fax: 011/34 35 49
Email: info@deheppening.be

Terug naar boven

1.2 Secretariaat

Naam: Marleen GIELEN en Legien MOONEN
Telefoon en fax: 011/34 35 49
Email: secretariaat@deheppening.be

Terug naar boven

1.3 Zorgcoördinator

Naam: Eef BROCKMANS
Email: eef.brockmans@gmail.com

Ondanks de beste zorgen van de leerkracht kan een normaal begaafd kind om de één of andere reden toch nog een leerachterstand oplopen. Deze kinderen worden dan individueel of in kleine groepjes tijdens de klasuren opgevangen in de zorgklas. Gedurende een bepaalde periode gaat het kind één of meer keren per week naar de zorgklas. In de praktijk komen slechts leerlingen van het eerste, het tweede en het derde leerjaar in aanmerking.
Het bijwerken gebeurt op aanvraag van de klastitularis en in overleg met het CLB.
De ouders worden hierover ingelicht en op de hoogte gehouden van de vorderingen. Deze manier van werken geeft extra kansen aan leerbedreigde kinderen.

Terug naar boven

1.4 Leerkrachtenteam

Kleuteronderwijs Hoofdschool
2,5-jarige kleuters Gwendolyn VAN HOUTTE  (vervangt Anneleen BRAEKERS)
3-jarige kleuters Inge CLEEREN en Ilse GYBELS
4- en 5-jarige kleuters Karine CRUYSBERGHS, Hellen GIJSBRECHTS, Nathalie BALLINGS en Elise BEYSEN

zorgleerkracht Hellen GIJSBRECHTS en Daphne SCHEPKENS
kinderverzorgster Jenthe GEERTS en Carine JORDENS
L.O.-leerkracht Marion GRIETEN                                                                                                                                                                      Leerkracht lerarenplatform Daphne SCHEPKENS (vanaf 1-10-2018)

Kleuteronderwijs Wijkschool

2,5-en 3-jarige kleuters Nele ANDELHOFS en Daphne SCHEPKENS
4-en 5-jarige kleuters Sara JACOBS en Daphne SCHEPKENS                                                                                                                    zorgleerkracht Daphne SCHEPKENS                                                                                                                                                              kinderverzorgster Jenthe GEERTS                                                                                                                                                                  L.O.-leerkracht Marion GRIETEN

Lager onderwijs

Eerste leerjaar A Tilly LEYSSENS en Lore CURINCKX
Eerste leerjaar B Kristel JANSSENS en Lore CURINCKX
Tweede leerjaar A Sonja VANDEBROEK en Linde VANDEBERGH
Tweede leerjaar B Sophie AERTS
Derde leerjaar A Myriam VANDEWEYER en Linde VANDEBERGH
Derde leerjaar B Lotte GEUKENS
Vierde leerjaar A Marianne ESSERS en Linde VANDEBERGH
Vierde leerjaar B Mieke DIDDEN en Linde VANDEBERGH

Vijfde leerjaar A Lut VERJANS                                                                                                                                                    Vijfde leerjaar B Sarah HUYGEN
Zesde leerjaar Dagmar CORTENS en Lore CURINCKX

Zorgleerkracht Karolien SCHOOFS en Lore CURINCKX
L.O.- leerkracht Bart VAN GOOL                                                                                                                                                                      Leerkracht lerarenplatform Isabelle NEUTELEERS (vanaf 1-10-2018)

Terug naar boven

1.5 Schoolstructuur Vrije Basisschool DE HEPPENING

Vestigingsplaats 1    Pastoor Aertsstraat 26, 3971 Heppen
Vestigingsplaats 2    Hamsesteenweg 7, 3971 Heppen
Vestigingsplaats 3    Asdonckstraat 52, 3971 Heppen

Terug naar boven

1.6 Schoolbestuur

Parochiaal Schoolcomité vzw – Beringsesteenweg 12, 3971 Heppen
Voorzitter Hilde DECKERS
Binnenveld 41, 3971 Heppen
011/57 48 32
de_bollendoos@hotmail.com

Terug naar boven

1.7 Scholengemeenschap Ham-Heppen SG H²

Coördinerend directeur Simone HENDERICKX

Terug naar boven

2. ORGANISATIE VAN DE SCHOOL

Hier vind je praktische informatie over onze school. Kijk ook op onze site: www.deheppening.be.
Bij het begin van elke maand ontvang je via je kind een maandbrief. In deze brief kan je alle mededelingen van de desbetreffende maand terugvinden.

Terug naar boven

2.1 Schooluren

De lessen beginnen stipt om 8u50 tot 12u. Wij starten terug om 13u10 (13u op maandag) en eindigen ‘s namiddags om 15u30 (15u40 op maandag).
De 2,5- jarige kleuters worden ’s middags en ’s avonds in de klas afgehaald. Alle andere kleuters en leerlingen van het 1e leerjaar worden ’s middags aan de poort afgehaald en woensdagmiddag en ’s avonds in de klas! De leerlingen vanaf het 2e leerjaar worden zowel ’s middags als ’s avonds aan de poorten afgehaald!

Terug naar boven

2.2 Toezicht en opvang door de school

Er is betalend toezicht op de Beringsesteenweg van 8u20 tot 8u35 en van 15u45 tot 16u30 (op maandag tot 16u40) – enkel op woensdag niet. Ouders betalen € 0,40 per begonnen kwartier.

Wij organiseren gratis voor- en naschools toezicht:

* Beringsesteenweg, Pastoor Aertsstraat, Hamsesteenweg van 8u35 tot 8u50u en van 15u30 tot 15u45 (op maandag van 15u40 tot 15u55) en op woensdag tot 12u15

* Immert van 8u35 tot 8u50 en van 15u30 tot 15u45 (op maandag van 15u40 tot 15u55, op woensdag tot 12u15)

Indien toezicht nodig in Immert (ook voor nieuwe instappers) de school contacteren ten laatste de 25ste van de maand voor de instap.

2.3 Opvang Dienst Onthaalgezinnen Leopoldsburg

Er is opvang van 15u45 tot 16u30 (op maandag tot 16u40) in de Kapel van Immert door de Dienst Onthaalgezinnen van Leopoldsburg: 011/34 83 91

Tijdens de middagpauze is er opvang voor de kinderen die blijven eten op school.
Wij vragen hiervoor 0,30 euro per middag. Bij het begin van elk nieuw schooljaar kiezen de ouders al dan niet voor middagopvang. Wijzigingen binnen het schooljaar worden minstens 1 dag op voorhand genoteerd in de agenda!
Kinderen die thuis gaan eten, verwachten we ten vroegste terug op school om 12u30.

Terug naar boven

2.4 Gemeentelijke opvang

“Schuif – Af” is de naam van de gemeentelijke buitenschoolse kinderopvang in Heppen.
Kinderen tussen 2,5 en 12 jaar worden door deze dienst opgevangen:
– vanaf 6u30 ’s morgens tot de aanvang van de lessen,
– vanaf het einde van de lessen tot 18u30 ’s avonds.

Inlichtingen en inschrijvingen
Na afspraak !

Adres en contactgegevens
Hamsesteenweg 2, 3971 Heppen (voormalig gemeentehuis)
Tel.: 011/ 39 20 73

Contactpersoon: Inneke VAN HIJFTE

Terug naar boven

2.5 Vakanties

  • herfstvakantie : van 29/10/18 tot en met 2/11/18
  • kerstvakantie : van 24/12/18 tot en met 4/01/19
  • krokusvakantie : van 4/03/19 tot en met 8/03/19
  • paasvakantie : van 8/04/19 tot en met 22/04/19
  • O.L.H.-Hemelvaart: van 30/05/19 tot en met 31/05/19
  • Pinkstermaandag 10/06/19
  • zomervakantie : van 28/06/19 12u tot en met 31/08/19

Terug naar boven

2.6 Vrije dagen

* maandag 1/10/18

* maandag 4/2/19

Terug naar boven

2.7 Pedagogische studiedagen

* donderdag 20/9/18
* woensdag 21/11/18

* woensdag 23/1/19

Terug naar boven

3. SAMENWERKING

Terug naar boven

3.1 Met de ouders

Je bent onze partner in de opvoeding van je kind. Goede samenwerking is hierbij cruciaal. Je kan steeds bij ons terecht met je vragen of voor een gesprek. Je kan een afspraak maken met de directeur of met de klasleraar. We organiseren ook oudercontact. (zie ook engagementverklaring tussen school en ouders). Ook bij de leden van onze schoolraad kan je steeds terecht.
Contactpersooon voor een afspraak: Simone HENDERICKX
Contacten kunnen gelegd worden:
a) door persoonlijk aanspreken,
b) per telefoon,
c) per mail,
d) door een nota in de agenda,
e) per brief.

Terug naar boven

3.2 Met de schoolraad

De overheid verplicht de oprichting van de schoolraad in elke school. Deze raad moet vertegenwoordigd worden door leden van de ouderraad, leerkrachten en leden van de plaatselijke gemeenschap. De directeur woont de vergaderingen bij als raadgever.
Samenstelling van de schoolraad

Voorzitter: Lut VERJANS
* Namens het personeel: Hellen GIJSBRECHTS
* Namens de ouders : Dorinda VANDECAUTER en Marijke GEUKENS
* Namens de Lokale gemeenschap: Danny AERTS
* Directeur : Simone HENDERICKX

Terug naar boven

3.3 Met de oudervereniging

Voorzitter: Sofie BOGAERTS
Contactgegevens voorzitter: oudersvoorschool@telenet.be
Leden: (zie tabblad Oudervereniging).

Terug naar boven

3.4 Met de moedergroep

Naast de oudervereniging bestaat er ook een vereniging voor Turkse mama’s:
de moedergroep. Zij komen 5 keer per jaar samen onder begeleiding van een
medewerker van het CLB en de directeur van de school.
In de moedergroep komen op de eerste plaats thema’s aan bod die met het onderwijs van de kinderen te maken hebben. Daarnaast spelen wij in op de noden en de behoeften van de moeders. Elk jaar organiseren de Turkse mama’s een vrouwenfeest waarmee ze de school financieel steunen.

3.5 Met Onderwijsopbouwwerk Leopoldsburg

Diane Lemmens is de onderwijsopbouwwerker in onze school. Zij werkt samen met ouders, de kleuter- en basisscholen en diensten.

Doel: Ouders in een groep samenbrengen en luisteren naar de verhalen en ervaringen over school.

Met externen

Terug naar boven

3.6 Met het CLB-centrum

We bieden gratis informatie, hulp en begeleiding aan leerlingen, ouders en school. We werken samen met de school, maar we behoren er niet toe. Jij en je kind kunnen dus gerust los van de school bij ons terecht.

Het CLB zal steeds een belangrijke rol opnemen wanneer we vaststellen dat de leerling nood heeft aan een uitbreiding van zorg. In dat geval zullen we ook jou en je ouders betrekken. Als de school aan het CLB vraagt om je te begeleiden, zal het CLB een begeleidingsvoorstel doen. Die begeleiding zal enkel starten als de leerling daarmee instemt. Vanaf de leeftijd van 12 jaar geldt dat de leerling in principe voldoende in staat is om dit soort beslissingen zelfstandig te nemen (hij  wordt dan met andere woorden bekwaam geacht). Is dat niet het geval, dan is de instemming van de ouders nodig. De leerling en de ouders worden in elk geval zo veel mogelijk betrokken bij de verschillende stappen van de begeleiding.

Waarvoor kan je bij ons terecht

Je kan naar het CLB

  • als je kind ergens mee zit of zich niet goed in zijn vel voelt;
  • als je kind moeite heeft met leren;
  • voor studie- en beroepskeuzehulp;
  • als er vragen zijn over de gezondheid van je kind, lichaam… ;
  • als je kind vragen heeft rond seks, vriendschap en verliefdheid;
  • met vragen over inentingen.

Je kind moet naar het CLB

  • voor het systematisch contactmoment;
  • als het te vaak afwezig is op school (leerplicht);
  • voor een overstap naar het buitengewoon onderwijs;
  • om vroeger of net later aan de lagere school te beginnen;
  • bij een niet zo voor de hand liggende instap in het eerste leerjaar A of B van het secundair onderwijs.

Onze werking is op deze manier georganiseerd:

 We werken met een onthaalteam per school. Deze CLB-medewerkers zorgen voor:

  • Onthaal van nieuwe vragen
  • Toe leiden naar gepaste vervolghulp (door het CLB of extern)
  • Informeren en adviseren van leerlingen, hun ouders en de leerkrachten
  • Dit alles in een of enkele interventies

Je kan dit team bereiken via mail: beringen@vclblimburg.be,

of telefonisch op het CLB: 011/45 63 10

Daarnaast werken we met trajectteams. Deze teams gaan voor een langere tijd op pad met de leerlingen (en/of ouders en leerkrachten):

  • Uitgebreide analyse van de problemen
  • Begeleiden
  • Coördineren van begeleidingstrajecten
  • Verontrustende situaties, crisissituaties

Op basis van de expertise wordt telkens bekeken wie een bepaalde vraag verder opneemt. De school, leerlingen en/of ouders worden op de hoogte gebracht welke CLB-medewerker dit is.

Op onderzoek: het systematisch contact met het CLB

Vanaf  schooljaar 2019-2020 wijzigen de medische consulten van het CLB. In de toekomst zullen er 5 contactmomenten (eerste kleuters – eerste leerjaar – vierde leerjaar – zesde leerjaar – derde secundair) plaatshebben en 4 vaccinatiemomenten (eerste leerjaar – vijfde leerjaar – eerste secundair – derde secundair). In het schooljaar 2018-2019 werken we met een overgangsjaar om de opvolging van alle leerlingen in goede banen te leiden. Voor ieder systematisch contact krijgt u een brief met meer uitleg.

Overgangsjaar2018-2019 1e kleuter 2e kleuter 1e leerjaar 4e leerjaar 5e leerjaar 6e leerjaar
Contactmoment verplicht aanbod verplicht geen aanbod beperkt aanbod
Vaccinatieaanbod X X

We overlopen even de aandachtspunten:

  • Voor het contactmoment van de eerste kleuterklas zetten we in op maximale aanwezigheid van ouders.
  • Het aanbod voor de tweede kleuterklas is een vrijblijvend Deze kleuters hebben slechts een beperkt aanbod gehad in de eerste kleuterklas en worden in het nieuwe systeem pas in het eerste leerjaar opnieuw uitgenodigd. Ouders die niet op dit aanbod wensen in te gaan, kunnen dat gewoon laten weten aan het CLB (door de brief terug mee te geven en aan te kruisen dat het onderzoek voor hun niet nodig is). De andere kleuters krijgen een aanbod zoals voorheen.
  • Het eerste leerjaar is een systematisch contactmoment zoals voorheen.
  • Om de overgang haalbaar te maken, doen we geen aanbod in het vierde leerjaar. Deze leerlingen werden in het oude schema nog in het derde leerjaar gezien en het is geen kritische leeftijd voor groei. Zij komen in het zesde leerjaar naar een systematisch contactmoment.
  • Leerlingen van het vijfde leerjaar krijgen enkel een aanbod voor vaccinatie. Voor hun is er een systematisch contactmoment als ze in het zesde leerjaar zitten.
  • Leerlingen van het zesde leerjaar hebben recent een volledig consult gehad. We kiezen ervoor om deze leerlingen toch een beperkt aanbod te doen. Ze zitten in een kritische leeftijd voor de groei en de Wachten tot het derde secundair is daarom een te lange periode.

Inentingen

Het CLB biedt gratis inentingen aan. Daarbij volgen we het ‘vaccinatieprogramma’ dat door de overheid is aanbevolen. Om ze te krijgen moeten de ouders toestemming geven.

Welke inentingen kan je krijgen?

  • 1ste lagere school    6/7 jaar      Polio (Kinderverlamming), Difterie (Kroep), Tetanus (Klem), Pertussis                                                                             (Kinkhoest)
  • 5de lagere school     10/11 jaar  Mazelen, Bof (Dikoor), Rubella (Rode hond)

CLB-dossier

Als je kind bij ons voor een begeleiding komt, dan maken we een dossier. Daarin komt alles wat met jouw kind en de begeleiding te maken heeft. We houden ons uiteraard aan enkele regels:

  • In het dossier komen enkel gegevens die nodig zijn voor de begeleiding.
  • We behandelen de gegevens met de nodige discretie en zorgvuldigheid.
  • We houden ons aan het beroepsgeheim en het ‘decreet rechtspositie minderjarigen’.

Naar een andere school

 Wanneer je kind van school verandert, wordt het dossier overgemaakt aan het CLB dat de nieuwe school begeleidt (besluit van de Vlaamse Regering, 08.06.2001, art. 7, 8 en 9).

  • De identificatiegegevens van je kind, de gegevens over de inentingen, de medische onderzoeken, de leerplichtbegeleiding, (indien van toepassing) een kopie van het gemotiveerd verslag of een verslag dat toegang geeft tot het buitengewoon onderwijs worden automatisch
  • Alle andere gegevens worden overgedragen indien er geen verzet wordt aangetekend. Dit verzet kan aangetekend worden door de ouders of door de leerling zelf indien hij 12 jaar of ouder is. Het moet schriftelijk gebeuren binnen een termijn van 10 dagen na de overdracht. Dat is dus vanaf het moment dat je kind in de nieuwe school wordt ingeschreven. Dat moet zo snel omdat het dossier van je kind anders automatisch met de inschrijving verhuist.

Ook belangrijk om weten

  • Het CLB mag in geen enkel geval – tenzij er schriftelijke toelating is van ouders of de leerling ouder dan 12 jaar – gegevens uit het dossier overdragen aan andere instanties, hulpverleners, derden, enz.
  • Aan de betrokken schooldirectie en het schoolpersoneel worden alleen gegevens doorgegeven die nodig zijn opdat zij hun taak naar behoren kunnen vervullen. Deze overdracht gebeurt enkel na een zorgvraag en met inspraak van de minderjarige en/of de ouders.
  • Het CLB-dossier wordt op het centrum bewaard tot ten minste 10 jaar na de datum van de laatste medische tussenkomst (onderzoek of inenting). Voor leerlingen die buitengewoon onderwijs volgen wordt het dossier bewaard tot de leerling 30 jaar is geworden. Na deze periode wordt het dossier vernietigd.

Het dossier inkijken

Vanaf 12 jaar mag je kind dat meestal, maar hierop bestaan enkele uitzonderingen. Ouders of voogd mogen het dossier enkel inkijken met toestemming van de leerling. Is je kind jonger dan 12 jaar, dan mag je als ouder of voogd het dossier inkijken. Dat geldt wel niet altijd en ook niet voor het volledige dossier. Voor gezondheidsgegevens bijvoorbeeld beslist de arts.

Inkijken gebeurt wel altijd samen met een CLB-medewerker die je de nodige uitleg geeft. Je kan een kopie vragen van de gegevens die je mag inkijken. Die kopie is erg vertrouwelijk en mag niet voor iets anders dienen dan jeugdhulp.

Je kan vragen om sommige gegevens niet in je dossier op te nemen. Daarvoor moet je wel een ernstige reden hebben. Het mag bovendien niet gaan om gegevens die we verplicht verwerken, zoals de resultaten van de medische onderzoeken.

Een klacht

Heb je een klacht dan luisteren we er graag naar. Elk CLB heeft een vaste werkwijze om klachten te behandelen. Dit garandeert dat elke klacht de nodige aandacht krijgt en met zorg behandeld wordt. De procedure kan je vragen aan een CLB-medewerker of de directeur van het CLB.

Website Onderwijskiezer: www.onderwijskiezer.be

Je bent op zoek naar een studierichting. Een richting die goed bij je past en die je alle kansen geeft voor jouw toekomst. Onderwijskiezer helpt je in die zoektocht. Onderwijskiezer is bedoeld voor leerlingen, ouders, leerkrachten, CLB-ers, … kortom voor iedereen die op zoek is naar objectieve, onafhankelijke en kwaliteitsvolle informatie over het gehele onderwijslandschap.

CLB Ch@t – DEL your problems, Take CTRL of your life

Zit je ergens mee? Wil je iets veranderen in je leven? Zoek je een studierichting? Je wil je beter in je vel voelen, maar je kan er moeilijk over praten? CHAT dan!

Op CLB Ch@t kan je terecht met al je kleine en grote zorgen, veilig, gratis en anoniem! Opgeleide medewerkers van het CLB staan klaar om jou een luisterend oor te bieden en samen met jou te zoeken naar een gepaste oplossing!

Voor wie? Leerlingen 3de graad lager onderwijs en secundair onderwijs

Hoe? Surf op je tablet, smartphone of laptop naar www.clbchat.be

Wanneer? Maandag, dinsdag en donderdag van 17 tot 21 u. en woensdag van 14 tot 21 u., schoolvakanties niet meegerekend.

Natuurlijk blijven we ook bereikbaar op school, via je leerkracht of zorgcoördinator.

Voor je rechten en plichten bij het CLB bekijk de infobrochure onderwijsregelgeving punt 2. Je bent verplicht om mee te werken aan medische onderzoeken en bij problematische afwezigheden van het kind (zie ook engagementsverklaring tussen school en ouders). Het CLB kan bepaalde problemen of onregelmatigheden in het beleid van de school signaleren en de school op de hoogte brengen van bepaalde behoeften van leerlingen. Daarnaast biedt het CLB versterking aan de school bij problemen van individuele leerlingen of een groep leerlingen. Ook daar kan je je niet tegen verzetten. Je kan rechtstreeks beroep doen op het CLB. Het CLB werkt gratis en discreet.

3.7 Ondersteuningsnetwerk

Onze school is aangesloten bij het ondersteuningsnetwerk Limburg.

Voor algemene vragen over ondersteuning en specifieke vragen over de ondersteuning van je kind kan je terecht bij volgend aanspreekpunt voor ouders:

Coördinator West-Limburg: Dirk Uten

zorgloket.westlimburg@katholiekonderwijs.vlaanderen

Nuttige adressen

Lokaal Overlegplatform
Contactpersoon: Fernand Scheelen
Adres: Berkenlaan 95 – 3970 Leopoldsburg

Klachtencommissie Katholiek Onderwijs Vlaanderen
Guimardstraat 1 – 1040 Brussel
02/507 06 01
email: klachten@katholiekonderwijs.vlaanderen

Commissie inzake Leerlingenrechten
Vlaamse Overheid
Agentschap voor onderwijsdiensten – AgODi
Secretariaat commissie inzake Leerlingenrechten
t.a.v. Ingrid Hugelier (Basisonderwijs)
H. Consciencegebouw
Koning Albert-II laan 15
1210 Brussel
02 553 93 83
commissie.leerlingenrechten@vlaanderen.be

Commissie Zorgvuldig Bestuur
Vlaamse Overheid
Agentschap voor onderwijsdiensten – AgODi
t.a.v. Frederik Stevens
Koning Albert II-laan 15
1210 Brussel
02 553 65 56
zorgvuldigbestuur.onderwijs@vlaanderen.be

Terug naar boven

DEEL II: PEDAGOGISCH PROJECT

Het pedagogisch project van onze school is ingebed in het project van de katholieke dialoogschool. Op onze school verwelkomen we gastvrij iedereen, van welke levensbeschouwelijke of religieuze achtergrond ook. Als katholieke dialoogschool verwachten we dat ouders echte partners zijn voor de opvoeding en vorming die de school hun kinderen verstrekt. Kiezen voor een katholieke dialoogschool houdt voor iedereen een engagement in. Daarom mogen ouders van de school verwachten dat ze hen zoveel mogelijk betrekken in het samen school maken. Ouders verwachten dat de school voor hun kinderen een leer- en leefwereld is die bijdraagt aan de opvoeding die ze hen zelf willen geven. Ouders die kiezen voor een katholieke school geven aan dat ze vertrouwen stellen in de wijze waarop scholen vandaag in verscheidenheid gestalte geven aan het project van de katholieke dialoogschool.

De volledige tekst van de engagementsverklaring van het katholiek onderwijs vind je op de website van Katholiek Onderwijs Vlaanderen: https://www.katholiekonderwijs.vlaanderen/engagementsverklaring

 

 

 

Wij verwachten van alle ouders dat ze loyaal achter de identiteit en het pedagogisch project van onze school staan en deze meedragen.
Hieronder volgt een beschrijving van de uitgangspunten van ons pedagogisch project. Voor verdere informatie kan je steeds terecht bij de directeur.

De uitgangspunten van onze christelijke identiteit

Wij zijn een katholieke school en willen een pedagogisch verantwoord onderwijs en een kwaliteitsvolle opvoeding aanbieden. Onze inspiratie vinden wij in het evangelie en in de katholieke traditie. Wij zijn een dienst van de kerkgemeenschap aan jonge kinderen.
Wij gaan ervan uit dat je mens wordt in een verbondenheid met anderen, met de wereld en met jezelf. In deze verbondenheid ervaren we God als dragende grond en krijgt ook de verbondenheid met het mysterie concreet gestalte. Vanuit onze verbondenheid met God durven we als katholieke basisschool de toekomst hoopvol tegemoet zien en vertrouwen we erop dat onze inspanningen niet op niets uitlopen.

Vanuit ons christelijk geïnspireerd mensbeeld geven we voorrang aan waarden als:

      • het unieke van ieder mensenkind,
      • de verantwoordelijkheid van ieder mens voor zijn handelen,
      • verbondenheid en solidariteit met anderen,
      • vertrouwen in het leven (hoop),
      • genieten van en dankbaar zijn voor wat ons gegeven is,
      • openheid, respect en zorg voor mens en natuur,
      • verwondering door het gewone als ongewoon te ervaren,
      • vergeving kunnen geven en ontvangen als herstel van verbondenheid,
      • zorgzame nabijheid en troost voor mensen in moeilijk situaties.

Wij bieden in onze school gevarieerde en zinvolle pastorale activiteiten aan. Wij nodigen alle leerlingen regelmatig uit op activiteiten die gericht zijn op:

      • de ontmoeting van elkaar in verbondenheid,
      • de verdieping in de Bijbelse Boodschap,
      • de dienstbare en solidaire inzet voor anderen dichtbij en veraf,
      • het vieren van belangrijke gebeurtenissen in het leven op school, in verbondenheid met elkaar en (waar het kan) in verbondenheid met God.

In de godsdienstlessen die door alle leerlingen verplicht gevolgd worden, komt de christelijke levensbeschouwing uitdrukkelijk ter sprake. De godsdienstlessen ondersteunen de levensbeschouwelijke ontwikkeling van de kinderen. Ons doel is de kinderen te helpen om competente vertellers te worden van het levensbeschouwelijke in hun eigen levensverhaal. We brengen kinderen thuis in de verhalen uit de eigen traditie en leren hen de verbinding leggen tussen deze verhalen en de existentiële vragen en grenservaringen uit het eigen leven en uit het leven van andere mensen. Dat veronderstelt communicatie. Het inzicht in de eigen traditie kan verdiept worden door de dialoog met andere levensvisies.
Zonder de verankering in een traditie heeft de dialoog echter geen grond onder de voeten. Er bestaat geen levensbeschouwelijke benadering van de werkelijkheid, los van een levensbeschouwelijke traditie. In onze school opteren we uitdrukkelijk voor de benadering van de levensbeschouwelijke dimensie vanuit de christelijke godsdienst en de katholieke traditie. Ook de zinvragen die zich aandienen in de andere leergebieden, komen daar uitdrukkelijk aan bod.

Wij zorgen voor een degelijk en samenhangend inhoudelijk aanbod

We staan stil bij wat kinderen moeten leren om op te groeien tot “goede” mensen. Het unieke van elk kind staat voorop. Ons aanbod is gericht op de harmonische ontwikkeling van de totale persoon: hoofd, hart en handen.

Doorheen ons aanbod brengen we kinderen in contact met alle componenten van de cultuur:

      • de wereld van taal en communicatie,
      • de wereld van het muzische,
      • de wereld van cijfers en feiten,
      • de wereld van de techniek,
      • de wereld van het samenleven,
      • de wereld van verleden en heden,
      • de wereld van het goede,
      • de wereld van zingeving.

In ons aanbod is een logische samenhang te vinden.
We werken met leerlijnen waarin het ene logisch volgt uit het andere. We bouwen voort op wat kinderen reeds beheersen. We zorgen er ook voor dat alles wat kinderen leren in de verschillende leergebieden en leerdomeinen, zinvol samenhangt.
We willen dat wat kinderen leren, deel wordt van hun zijn, van hun persoon. Het is niet voldoende dat kinderen beschikken over een aantal weetjes of dat ze een aantal vaardigheden kunnen toepassen als de leerkracht het vraagt. Uiteindelijk komt het erop aan dat kinderen leren met het oog op het leven. Ze moeten wat ze geleerd hebben, kunnen plaatsen en gebruiken in hun leven. Dat soort leren heeft en geeft zin.

We kiezen voor een doeltreffende aanpak en een stimulerend opvoedingsklimaat

We zoeken naar de beste aanpak om het leren van de kinderen te ondersteunen en te begeleiden. Wij nemen kinderen serieus. Kinderen staan positief tegenover het leven en de wereld. Wij willen aansluiten bij die positieve ingesteldheid. Leren is niet: een vullen van vaten met alle mogelijke kennis. Kinderen zijn zelf actief betrokken in het leren. Ze bouwen nieuwe kennis, inzichten en vaardigheden op, bouwen voort op wat ze reeds kennen en kunnen.

Onze opvoeding wordt gedragen door een aantal fundamenten.

      • We richten ons op het unieke van ieder kind. Daarom stemmen we ons aanbod en het leerproces zoveel mogelijk af op de ontwikkeling van ieder kind.
      • Onze pedagogie steunt op verbondenheid. Leren is een sociaal gebeuren. Leren is samen leren, het is wederzijdse verrijking.
      • Onze pedagogie is er ook een van hoop. We hebben een optimistische visie op de ontwikkeling van kinderen. We geloven in de groeikansen van kinderen en we zijn ervan overtuigd dat ze ondanks hun grenzen, hun beperkingen, hun onmogelijkheden toch kansen hebben en begeleid kunnen worden in hun groei.
      • Onze pedagogie is gebaseerd op geduld. Onderwijs en opvoeding afstemmen op de mogelijkheden van kinderen vraagt veel geduld. We zorgen ervoor dat de hoop niet omslaat in wanhoop, want dan is opvoeding onmogelijk.

Van onze leerkrachten verwachten we dan ook dat ze:

      • model staan voor goed leren,
      • strategische vragen stellen,
      • aansluiten bij wat de leerlingen reeds beheersen,
      • zinvolle contexten aanbieden,
      • interactieprocessen begeleiden,
      • peilen naar de vorderingen,
      • helpen en coachen.

We werken aan de ontplooiing van elk kind, vanuit een brede zorg

We streven ernaar elk kind centraal te stellen.
Ieder kind is beeld van God. Wij omringen kinderen daarom met brede zorg. We willen kinderen optillen en hen uitzicht geven op een veilige oever van welbevinden. Daarvoor zijn de pedagogie van de hoop en van het geduld essentieel.

Onze brede zorg heeft twee dimensies.
Enerzijds hebben we aandacht voor de “gewone zorgvragen” van alle kinderen. Ieder kind is anders, uniek en heeft eigen vragen, problemen en mag daarvoor aanspraak maken op de nodige zorg.
Wij worden uitgedaagd om het onderwijs zoveel mogelijk af te stemmen op de noden van de kinderen, bijvoorbeeld door te diagnosticeren en te differentiëren.
Anderzijds verbreden we onze zorgen voor kinderen bij wie de ontwikkeling anders verloopt dan verwacht (sneller of trager). Hier stoten we op “bijzondere zorgvragen”. Voor deze bijzondere zorgvragen werken we als school samen met ouders, CLB, scholen voor buitengewoon onderwijs en gespecialiseerde centra.

Onze school als gemeenschap en als organisatie

We erkennen onze partners in de opvoeding en het onderwijs van kinderen. We respecteren ieders verantwoordelijkheid. We zorgen voor een goede organisatie. Onze school wordt gedragen door het hele team onder de leiding van de directie. We werken samen, overleggen en streven naar een voortdurende kwaliteitsbewaking en –verbetering.

We delen onze zorg voor kwaliteitsvol onderwijs met een aantal participanten.

      • De ouders zijn de eerste verantwoordelijken voor de opvoeding van hun kinderen. Daarom streven we naar een duidelijke communicatie en een zo groot mogelijke betrokkenheid van de ouders bij de school.
      • Het schoolbestuur draagt de eindverantwoordelijkheid voor het beleid van de school.
      • De externe begeleiders ondersteunen, vormen en helpen ons bij onze professionalisering.
      • De lokale kerkgemeenschap verwijst naar de traditie en het geloof van waaruit in de school gewerkt wordt.
      • In de lokale gemeenschap geven we gestalte aan onze opvoedings- en onderwijsopdracht.

Terug naar boven

DEEL III: HET REGLEMENT

1. ENGAGEMENTSVERKLARING TUSSEN SCHOOL EN OUDERS

Ouders hebben hoge verwachtingen van de school voor de opleiding en opvoeding van hun kinderen. Onze school zet zich elke dag in om dit engagement waar te maken, maar in ruil verwachten we wel je volle steun. Daarom maken we in onderstaande engagementsverklaring wederzijdse afspraken. Zo weten we duidelijk wat we van elkaar mogen verwachten.
Op afgesproken momenten evalueren we samen de engagementen en het effect ervan.

Een intense samenwerking tussen onze school en ouders: afspraken oudercontact

Als ouder ben je samen met onze school partner in de opvoeding van je kind. Het is goed dat je zicht hebt op de werking van onze school. Daarom plannen we bij het begin van elk schooljaar een infoavond. Voor het lager onderwijs is dit steeds de 1ste woensdag van september, voor het kleuteronderwijs de 2de woensdag van september. Je kan er kennis maken met de leraar van je kind en met de manier van werken.
We organiseren ook regelmatig individuele oudercontacten. Wie niet op het oudercontact aanwezig kan zijn, kan een gesprek aanvragen op een ander moment.
We engageren ons om steeds te zoeken naar een alternatief overlegmoment indien je niet op de geplande oudercontacten kan aanwezig zijn.

Als je je zorgen maakt over je kind of vragen hebt over de aanpak, dan kan je op elk moment zelf een gesprek aanvragen met de leraar van je kind. Dat doe je door de leraar persoonlijk aan te spreken, per mail, met een telefoontje naar het secretariaat van de school of een nota in de agenda.
We verwachten dat je met ons contact opneemt bij vragen of zorgen ten aanzien van je kind.

We verwachten dat je je, als ouder(s), samen met ons engageert om nauw samen te werken rond de opvoeding van je kind en dat je steeds ingaat op onze uitnodigingen tot oudercontact.
We engageren ons om met je in gesprek te gaan over je zorgen en vragen ten aanzien van de evolutie van je kind.

Aanwezig zijn op school en op tijd komen

We vinden de aanwezigheid van je kind op school belangrijk. We verwachten dat je kind regelmatig en op tijd naar school komt. De voldoende aanwezigheid van je kind op school draagt bij tot een succesvolle schoolloopbaan van je kind.

We verwittigen jou als de afwezigheid van je kind niet gewettigd is. Indien nodig nemen we begeleidende maatregelen. De aanwezigheid van je kind op school heeft gevolgen voor het verkrijgen en behouden van de schooltoeslag, voor de toelating tot het lager onderwijs en voor het uitreiken van het getuigschrift basisonderwijs. Meer hierover kan je lezen onder de rubriek “Inschrijven van leerlingen”.

Daartoe moeten we de afwezigheden van je kind doorgeven aan het departement onderwijs en aan het CLB.

We vragen dat je er als ouder voor zorgt dat je kind op tijd op school is. Dit geldt zowel voor de kleuterschool als de lagere school.
Te laat komen kan niet ! Wij verwachten dat je kind dagelijks en op tijd op school is.
Kinderen die te laat toekomen melden zich aan op het secretariaat. Wij verwachten dat je ons voor 9u verwittigt bij afwezigheid van je kind.

Het CLB waarmee we samenwerken staat in voor de begeleiding bij problematische afwezigheden. Die begeleiding is verplicht. Als je niet ingaat op die begeleiding, melden we dit aan de overheid.

Je kan steeds bij ons terecht in geval van problemen. We zullen samen naar de meest geschikte aanpak zoeken.

Individuele leerlingenbegeleiding

Onze school voert een beleid op leerlingenbegeleiding (zie punt 16). Dit houdt onder meer in dat we gericht de evolutie van je kind volgen. Dit doen we door het werken met een leerlingvolgsysteem (LVS).
Sommige kinderen hebben op bepaalde momenten nood aan gerichte individuele begeleiding, andere kinderen hebben constant nood aan individuele zorg.

Als je kind specifieke onderwijsbehoeften heeft, kan je dit melden aan de directie. We gaan dan samen met jou na welke aanpassingen nodig zijn. Specifieke onderwijsbehoeften is een breed begrip. Het betekent dat je kind mee als gevolg van een fysieke, verstandelijke of zintuiglijke beperking niet zomaar aan het gewone lesprogramma kan deelnemen. De school kan ook zelf aanpassingen voorstellen op basis van de vaststellingen in de loop van het schooljaar. Ook dan gaan we steeds eerst in overleg met jou. Welke maatregelen aan de orde zijn, zal afhangen van wat je kind nodig heeft en wat wij als school kunnen organiseren.
We zullen in overleg met je als ouder vastleggen hoe de individuele begeleiding van je kind georganiseerd zal worden. Daarbij zullen we aangeven wat je van de school kan verwachten en wat wij van jou als ouder verwachten.
We verwachten dat je ingaat op onze vraag tot overleg en dat je de afspraken die we samen maken, opvolgt en naleeft.

Positief engagement ten aanzien van de onderwijstaal

Niet alle ouders voeden hun kind op in het Nederlands en niet alle kinderen starten hun schoolloopbaan met dezelfde taalvaardigheid Nederlands.

Onze school voert een talenbeleid. Wij engageren er ons toe kinderen te ondersteunen bij het leren van en het leren in het Nederlands. Van jou als ouder verwachten we dat je positief staat tegenover de onderwijstaal en tegenover de initiatieven die we als school nemen om de taalontwikkeling van onze leerlingen te ondersteunen (taaltraject/taalbad voor kinderen die de onderwijstaal onvoldoende beheersen). We vragen ook om kinderen in de vrije tijd te stimuleren bij het leren van het Nederlands. Vraag ons gerust naar informatie over plaatselijke initiatieven die je engagement daarbij kunnen helpen ondersteunen.

2. INSCHRIJVEN EN TOELATINGEN VAN LEERLINGEN (zie infobrochure onderwijsregelgeving punt 21.3)

Informatie over de praktische organisatie van de inschrijvingen vind je terug op onze website, schoolbrochure, folders, …

Je kind is pas ingeschreven in onze school als je schriftelijk instemt met het pedagogisch project en het schoolreglement. Eenmaal ingeschreven, blijft je kind bij ons ingeschreven. De inschrijving stopt enkel wanneer je beslist om je kind van school te veranderen, je niet akkoord gaat met een nieuwe versie van het schoolreglement of bij een definitieve uitsluiting als gevolg van een tuchtmaatregel.

Wanneer tijdens zijn of haar schoolloopbaan de nood aan aanpassingen voor je kind wijzigt, kan het zijn dat de vastgestelde onderwijsbehoeften van die aard zijn dat ofwel een verslag nodig is dat toegang geeft tot het buitengewoon onderwijs, ofwel een bestaand verslag gewijzigd moet worden. In dat geval organiseert de school een overleg met de klassenraad, de ouders en het CLB. Op basis van dit overleg en nadat het verslag werd afgeleverd of gewijzigd, beslist de school om de leerling op vraag van de ouders studievoortgang te laten maken op basis van een individueel aangepast curriculum of om de inschrijving van de leerling voor het daaropvolgende schooljaar te ontbinden.

Bij elke wijziging van het schoolreglement zullen we opnieuw jouw schriftelijk akkoord vragen. Indien je niet akkoord gaat met de wijziging, dan wordt de inschrijving van je kind beëindigd op 31 augustus van het lopende schooljaar.

Herinschrijving bij overgang van het kleuteronderwijs naar het lager onderwijs
Is je kind ingeschreven in onze kleuterschool dan hoeft het zich niet opnieuw in te schrijven bij de overgang naar het eerste leerjaar.

2.3 Toelatingsvoorwaarden lager onderwijs

Je kind kan pas instappen in het lager onderwijs als het aan de wettelijke toelatingsvoorwaarden voldoet. In de infobrochure onderwijsregelgeving kom je onder punt 3.1.2 meer te weten over die voorwaarden.

2.4 Screening niveau onderwijstaal

Onze school moet voor elke leerling die voor het eerst in het lager onderwijs instroomt een taalscreening uitvoeren. Indien onze school op basis van de resultaten van de screening het nodig acht, wordt een taaltraject voorzien dat aansluit bij de specifieke noden van het kind. Deze taalscreening gebeurt niet voor anderstalige nieuwkomers, zij krijgen sowieso een aangepast taaltraject.

3 OUDERLIJK GEZAG

3.1 Zorg en aandacht voor het kind

Als school bieden we een luisterend oor aan voor al onze leerlingen. Ook voor kinderen die een echtscheiding doormaken, wil de school een luisterend oor, openheid, begrip en extra aandacht bieden.

3.2 Neutrale houding tegenover de ouders

De school is bij een echtscheiding geen betrokken partij. Beide ouders, samenlevend of niet, staan gezamenlijk in voor de opvoeding van hun kinderen. Zolang er geen uitspraak van de rechter is, houdt de school zich aan de afspraken gemaakt bij de inschrijving. Is er wel een vonnis of arrest, dan volgt de school de afspraken zoals opgelegd door de rechter.

3.3 Afspraken in verband met informatiedoorstroom naar de ouders

Wanneer de ouders niet meer samenleven, maakt de school met beide ouders afspraken over de wijze van informatiedoorstroming en de manier waarop beslissingen over het kind worden genomen.
– Afspraken i.v.m. de agenda, brieven, …: Alle info vanaf 1/09/2019 wordt bezorgd via het digitale ouderplatform.
– Afspraken in verband met oudercontact: Eén oudercontact per leerling.

3.4 Co-schoolschap

Om de verbondenheid met de klasgroep en de continuïteit van het leren te garanderen, kan je kind tijdens het schooljaar niet op twee plaatsen school lopen.

De school moet de inschrijving van een leerling weigeren als de ouders hun kind tijdens het schooljaar afwisselend in verschillende scholen in- en uitschrijven.

4 ORGANISATIE VAN DE LEERLINGENGROEPEN

4.1 Overgang binnen hetzelfde onderwijsniveau

De school beslist, in overleg en in samenwerking met het CLB of je kind kan overgaan naar een volgende leerlingengroep. Vindt de school het nodig dat je kind een jaar overdoet, dan is dit omdat ze ervan overtuigd is dat dit voor je kind de beste oplossing is. De genomen beslissing wordt ten aanzien van jou als ouder schriftelijk gemotiveerd en mondeling toegelicht. De school geeft ook aan welke bijzondere aandachtspunten er in het daaropvolgende schooljaar voor je kind zijn. De school neemt deze beslissing dus in het belang van je kind.

Het is de school die beslist in welke leerlingengroep je kind, die in de loop van zijn schoolloopbaan van school verandert, terechtkomt.

Leerlingengroepen kunnen heringedeeld worden op basis van een gewijzigde instroom. (Bijvoorbeeld in de kleuterschool na een instapdatum).

4.2 Overgang tussen onderwijsniveaus

Bij de overgang tussen onderwijsniveaus (bv. van kleuter naar lager onderwijs) heb jij als ouder beslissingsrecht of jouw kind de overgang al dan niet maakt, als voldaan is aan de toelatingsvoorwaarden.

5 AFWEZIGHEDEN (zie infobrochure onderwijsregelgeving punt 21.4)

Dit punt is van toepassing op leerplichtige leerlingen. Niet-leerplichtige leerlingen in het kleuteronderwijs kunnen niet onwettig afwezig zijn, aangezien ze niet steeds op school moeten zijn. Ze zijn niet onderworpen aan de leerplicht.

5.1 Wegens ziekte

– Is je kind méér dan drie opeenvolgende kalenderdagen ziek dan is een medisch attest verplicht.
– Is je kind minder dan drie opeenvolgende kalenderdagen ziek, dan is een briefje van de ouders voldoende. Zo’n briefje van de ouders kan slechts 4 keer per schooljaar.
– Is je kind chronisch ziek, dan nemen de ouders contact op met de school en het CLB.
– Consultaties (zoals bijvoorbeeld een bezoek aan de tandarts) moeten zoveel mogelijk buiten de schooluren plaats vinden.
De ouders verwittigen de school zo vlug mogelijk. En bezorgen het ziektebriefje aan de klastitularis. De school zal het CLB contacteren bij twijfel over een medisch attest.

5.2 Andere van rechtswege gewettigde afwezigheden

De afwezigheid van je kind kan in een aantal situaties gewettigd zijn. Voor deze afwezigheden is geen toestemming van de directeur nodig. Je verwittigt de school wel vooraf van deze afwezigheid. Je geeft ook een officieel document of een verklaring die de afwezigheid staaft, af aan de school. Voorbeelden hiervan zijn:

  • het overlijden van een persoon die onder hetzelfde dak woont of van een bloed- en aanverwant;
  • de oproeping of dagvaarding voor de rechtbank;
  • het vieren van een feestdag die hoort bij je geloof (anglicaanse, islamitische, joodse, katholieke, orthodoxe, protestants-evangelische godsdienst).

5.3 Afwezigheden waarvoor de  toestemming van de directeur nodig is

Soms kan je kind om een andere reden afwezig zijn. De ouders bespreken dit op voorhand met de directie. Het betreft hier de afwezigheid wegens:

  • de rouwperiode bij een overlijden;
  • het actief deelnemen in het kader van een individuele selectie of lidmaatschap van een vereniging of culturele en/of sportieve manifestaties (andere dan de 10 halve schooldagen waarop topsportbeloften recht hebben);
  • trainingen voor topsport in de sporten tennis, zwemmen en gymnastiek (voor maximaal 6 lestijden per week, verplaatsingen inbegrepen)
  • revalidatie tijdens de lestijden (zie punt 21.17);
  • de deelname aan time-out-projecten;
  • persoonlijke redenen in echt uitzonderlijke omstandigheden.

Opgelet: het is niet de bedoeling dat aan ouders toestemming gegeven wordt om vroeger op vakantie te vertrekken of later uit vakantie terug te keren. De leerplicht veronderstelt dat een kind op school is van 1 september tot en met 30 juni.

5.4 Problematische afwezigheden

De school vindt de aanwezigheid van je kind belangrijk. Het is in het belang van je kind om het elke dag naar school te sturen. Kinderen die lessen en activiteiten missen, lopen meer risico op achterstand. Zij worden ook minder goed opgenomen in de leerlingengroep. Er zijn daarnaast ook gevolgen voor het verkrijgen en behouden van de schooltoeslag, voor de toelating tot het lager onderwijs en voor het uitreiken van het getuigschrift basisonderwijs (Zie ook de engagementsverklaring tussen school en ouders en infobrochure onderwijsregelgeving.).
De school verwittigt de ouders van elke niet-gewettigde afwezigheid. Vanaf 5 halve dagen problematische afwezigheden contacteert zij het CLB en kan er een begeleidingstraject opgestart worden. De ouders worden in dat geval uitgenodigd voor een gesprek.

6 ONDERWIJS AAN HUIS (zie infobrochure onderwijsregelgeving punt 21.5)

Als je kind wegens (chronische) ziekte of langdurige ziekte of ongeval tijdelijk niet naar school kan komen, dan heeft je kind onder bepaalde voorwaarden recht op tijdelijk onderwijs aan huis, synchroon internetonderwijs of een combinatie van beiden.

Voor tijdelijk onderwijs aan huis moet je als ouder een schriftelijke aanvraag indienen bij de directeur en een medisch attest toevoegen. Heeft je kind een niet-chronische ziekte, dan voeg je een medisch attest toe waaruit blijkt dat je kind onmogelijk naar school kan gaan, maar wel onderwijs kan krijgen. Heeft je kind een chronische ziekte, dan heb je een medisch attest van een geneesheer-specialist nodig dat het chronische ziektebeeld bevestigt en waaruit blijkt dat je kind onderwijs mag krijgen.

Heeft je kind een niet-chronische ziekte, dan kan tijdelijk onderwijs aan huis pas worden georganiseerd na een afwezigheid van 21 opeenvolgende kalenderdagen. Als de ziekteperiode van je kind noodgedwongen wordt verlengd of als je kind na een periode van tijdelijk onderwijs aan huis binnen 3 maanden hervalt, moet je kind geen wachttijd van 21 opeenvolgende kalenderdagen meer doorlopen om opnieuw tijdelijk onderwijs aan huis te krijgen. Je hoeft ook niet opnieuw een aanvraag in te dienen. Om de nieuwe afwezigheid te wettigen, is er wel een nieuw medisch attest nodig.

Heeft je kind een chronische ziekte, dan heeft je kind recht op 4 lestijden tijdelijk onderwijs aan huis per opgebouwde schijf van 9 halve schooldagen afwezigheid. Deze uren kunnen gedeeltelijk op school georganiseerd worden. Dit is mogelijk na een akkoord tussen de ouders en de school en vindt plaats buiten de normale schooluren en niet tijdens de middagpauze. De aanvraag en de medische vaststelling van de chronische ziekte blijft geldig voor de hele schoolloopbaan van je kind op onze school. Je hoeft dit dus maar één keer aan onze school te bezorgen.

Je kind moet daarnaast op 10 km of minder van de school verblijven. Als je kind op een grotere afstand van de school verblijft, dan kan de school tijdelijk onderwijs aan huis organiseren maar is daar niet toe verplicht.

Als je kind aan deze voorwaarden voldoet, zullen we je als ouder op de mogelijkheid van tijdelijk onderwijs aan huis wijzen. Zodra de voorwaarden voor het verstrekken van tijdelijk onderwijs aan huis vervuld zijn, kan de school hiermee van start gaan.

De directeur zal dan op zoek gaan naar een leraar om 4 lestijden per week onderwijs aan huis te geven. De school maakt afspraken met deze leraar om de lessen af te stemmen op de leerlingengroep van het kind. Tijdelijk onderwijs aan huis is gratis.

De school kan in overleg met jou ook contact opnemen met de vzw Bednet. Dit biedt de mogelijkheid om van thuis uit via een internetverbinding live deel te nemen aan de lessen. De school maakt dan samen met jou concrete afspraken over opvolging en evaluatie.

Met vragen hierover kan je steeds terecht bij de directeur.

 

Synchroon internetonderwijs (SIO)

Als je door ziekte, operatie of ongeval langdurig of regelmatig de lessen niet kan volgen, heb je recht op gratis synchroon internetonderwijs via Bednet. Dit biedt de mogelijkheid om van thuis uit, via een internetverbinding, live deel te nemen aan de lessen, samen met je klasgenoten. Je mag synchroon internetonderwijs aanvragen voor kinderen vanaf 5 jaar. Ook tienermoeders komen in aanmerking. Bednet is gratis voor school en leerling. Met vragen hieromtrent kan je terecht bij de directie en bij Bednet zelf (www.bednet.be).

 

7 EEN- OF MEERDAAGSE SCHOOLUITSTAPPEN (Extra-muros activiteiten)

Je kind is verplicht deel te nemen aan extra-murosactiviteiten die minder dan één schooldag duren. Dat zijn normale schoolactiviteiten. We streven er als school ook naar om ook alle kinderen te laten deelnemen aan extra-murosactiviteiten die één dag of langer duren. Die activiteiten maken namelijk deel uit van het onderwijsaanbod dat we aan je kind geven.

Via dit schoolreglement informeren we jou als ouder over de uitstappen die dit schooljaar worden voorzien.

Hieronder vind je een overzicht van die schooluitstappen:

7.1 Eéndaagse uitstappen

– Doel: Onze kinderen gaan regelmatig op uitstap buiten de schoolmuren om te leren.
Op deze manier krijgen zij de kans om te proeven van de realiteit. Een bezoek aan de bakker spreekt immers veel meer aan dan de les W.O. over de bakker in de klas.

– Aanbod:
De ondertekening van dit schoolreglement geldt als een principiële toestemming met de deelname van de leerling aan alle ééndaagse uitstappen. Als de ouders de toestemming bij een concrete ééndaagse extra-murosactiviteit toch zouden weigeren, dienen zij dat vooraf aan de school te melden. Ouders kunnen de deelname niet weigeren wanneer de extra-murosactiviteit minder dan een volledige lesdag duurt. Leerlingen die niet deelnemen aan extra-murosactiviteiten dienen op de school aanwezig te zijn.

7.2 Meerdaagse uitstappen

– Doel: De leerlingen van het 5de en het 6de leerjaar gaan om de 2 jaar op sportklas in Hofstade. Zij vertrekken maandagmorgen en blijven tot vrijdagnamiddag en logeren in het sporthotel van Bloso. Gedurende de hele week krijgen zij daar een ruim aanbod van verschillende sporten onder de leiding van sportmonitoren. Buiten het sportaanbod is er uiteraard ook ruimte voor wetenschap, cultuur en ontspanning: een bezoek aan Technopolis, een bezoek aan het sportimonium, een bezoek aan Planckendael.
Het is belangrijk dat alle leerlingen deelnemen aan deze activiteit; niet alleen voor het leuke aanbod, maar ook voor de toffe sfeer die zeker bijdraagt tot een fijn klasklimaat!

– Aanbod:
Bij een meerdaagse extra-muros-activiteit is een afzonderlijke schriftelijke toestemming van de ouders vereist. Het streefdoel is dat alle leerlingen deelnemen aan de extra-muros-activiteiten. Leerlingen die niet deelnemen aan extra-muros-activiteiten dienen op de school aanwezig te zijn.

Door het schoolreglement te ondertekenen gaan we ervan uit dat je op de hoogte bent van de schooluitstappen die worden georganiseerd. Als je niet wenst dat je kind meegaat op één van de extra-murosactiviteiten die één dag of langer duren, dien je dat voorafgaand aan de betrokken activiteit schriftelijk te melden aan de school.

Leerlingen die niet deelnemen aan extra-murosactiviteiten moeten op de school aanwezig zijn.

8 GETUIGSCHRIFT OP HET EINDE VAN HET BASISONDERWIJS (zie infobrochure onderwijsregelgeving punt 21.7)

De klassenraad beslist welke leerlingen in aanmerking komen voor het getuigschrift basisonderwijs. Het getuigschrift basisonderwijs wordt uitgereikt aan een regelmatige leerling die in voldoende mate de eindtermgerelateerde leerplandoelen heeft bereikt. Een leerling die geen getuigschrift basisonderwijs behaalt, ontvangt een schriftelijke motivering waarom het getuigschrift niet werd uitgereikt, met inbegrip van bijzondere aandachtspunten voor de verdere schoolloopbaan. Deze leerling krijgt ook een verklaring waarin het aantal en de soort van gevolgde schooljaren lager onderwijs staat.

Een leerling die een individueel aangepast curriculum volgt, kan een getuigschrift basisonderwijs behalen op voorwaarde dat de vooropgestelde leerdoelen door de onderwijsinspectie als gelijkwaardig worden beschouwd met die van het gewoon lager onderwijs. Als die leerling geen getuigschrift basisonderwijs krijgt, ontvangt deze een schriftelijke motivering waarom het getuigschrift niet werd uitgereikt, met inbegrip van bijzondere aandachtspunten voor de verdere schoolloopbaan. Deze leerling krijgt ook een verklaring waarin het aantal en de soort van gevolgde schooljaren lager onderwijs staat.

8.1 Procedure tot het uitreiken van het getuigschrift:

Gedurende de hele schoolloopbaan van je kind zullen we communiceren over zijn leervorderingen. Je kan inzage in en toelichting bij de evaluatiegegevens krijgen. Je kan ook een kopie vragen.

Of een leerling het getuigschrift basisonderwijs krijgt, hangt af van de beslissing van de klassenraad. De klassenraad gaat na of de eindtermgerelateerde leerplandoelen voldoende in aantal en beheersingsniveau zijn behaald. Daarbij zal de groei die de leerling doorheen de schoolloopbaan maakte, en de zelfsturing die hij toont, zeker een rol spelen. De voorzitter en alle leden van de klassenraad ondertekenen het schriftelijk verslag over de beslissing omtrent het getuigschrift basisonderwijs.

Na 20 juni beslist de klassenraad of een leerling een getuigschrift basisonderwijs ontvangt. Wanneer de getuigschriften worden uitgereikt, kan je vinden op de schoolwebsite. De datum van uitreiking is ook de ontvangstdatum voor het instellen van beroep. Als je niet aanwezig bent op de uitreiking, dan geldt 1 juli als datum van ontvangst voor het instellen van beroep.

8.2 Beroepsprocedure

Indien je als ouder niet akkoord zou gaan met het niet-toekennen van het getuigschrift basisonderwijs, kan je beroep instellen. Die beroepsprocedure wordt hieronder toegelicht.

Let op:

  • wanneer we in dit punt spreken over ‘dagen’, bedoelen we telkens alle dagen (zaterdagen, zondagen, wettelijke en reglementaire feestdagen niet meegerekend);
  • wanneer we spreken over directeur, hebben we het over de directeur of zijn afgevaardigde
  1. Ouders die een beroepsprocedure wensen op te starten, vragen binnen drie dagen na ontvangst van de beslissing tot het niet uitreiken van het getuigschrift basisonderwijs, een overleg aan bij de directeur. Dit gesprek is niet hetzelfde als het oudercontact. Je moet dit gesprek uitdrukkelijk schriftelijk aanvragen via e-mail: info@deheppening.be of per brief (Beringsesteenweg 12 – 3971 Heppen).
  2. Dit verplicht overleg met de directeur vindt plaats ten laatste de zesde dag na de dag waarop je de beslissing hebt ontvangen dat het getuigschrift niet wordt uitgereikt aan je kind.
    Van dit overleg wordt een verslag gemaakt.
  3. De directeur deelt het resultaat van dit overleg met een aangetekende brief aan je mee. Er zijn twee mogelijkheden: – De directeur vindt dat je argumenten geen nieuwe bijeenkomst van de klassenraad rechtvaardigen; – De directeur vindt dat je argumenten het overwegen waard zijn. In dat geval zal hij de klassenraad zo snel mogelijk samenroepen om de betwiste beslissing opnieuw te overwegen. Je ouders ontvangen per aangetekende brief het resultaat van die vergadering.
  4. Binnen drie dagen na ontvangst van de beslissing van de directeur of van de klassenraad kunnen ouders beroep indienen bij de voorzitter van het schoolbestuur. Dat kan via aangetekende brief:Mevr. Hilde Deckers
    Parochiaal Schoolcomité
    Binnenveld 41 – 3971 HeppenofWanneer de school open is, kunnen ouders het beroep bij het schoolbestuur op school persoonlijk afgeven. De ouders krijgen dan een bewijs van ontvangst dat aantoont op welke datum ze het hebben ingediend. De school geeft het beroep daarna door aan het schoolbestuur.Let op: als het beroep te laat wordt verstuurd of afgegeven, zal de beroepscommissie het beroep als onontvankelijk moeten afwijzen. Dat betekent dat ze het beroep niet inhoudelijk zal kunnen behandelen.Het beroep bij het schoolbestuur moet aan de volgende voorwaarden voldoen:

    • het beroep is gedateerd en ondertekend;
    • het beroep is ofwel per aangetekende brief verstuurd, ofwel op school afgegeven (met bewijs van ontvangst).

    Let op: als het beroep niet aan de voorwaarden voldoet, zal de beroepscommissie het beroep als onontvankelijk moeten afwijzen. Dat betekent dat ze het beroep niet inhoudelijk zal kunnen behandelen.

    We verwachten ook dat het beroep de redenen aangeeft waarom het niet uitreiken van het getuigschrift basisonderwijs betwist wordt.

    Hierbij kunnen overtuigingsstukken toegevoegd worden.

  5. Wanneer het schoolbestuur een beroep ontvangt, zal het een beroepscommissie samenstellen. In de beroepscommissie zitten zowel mensen die aan de school of het schoolbestuur verbonden zijn als mensen die dat niet zijn. Het gaat om een onafhankelijke commissie die de klacht van de ouders grondig zal onderzoeken.
  6. De beroepscommissie zal steeds de ouders en hun kind uitnodigen voor een gesprek. Zij kunnen zich daarbij laten bijstaan door een vertrouwenspersoon. De periode waarin de beroepscommissie kan samenkomen, vind je op de schoolwebsite. Het is enkel mogelijk om een gesprek te verzetten bij gewettigde reden of overmacht.
  7. In de brief met de uitnodiging zal staan wie de leden van de beroepscommissie zijn. Deze samenstelling blijft ongewijzigd tijdens de verdere procedure, tenzij het door ziekte, overmacht of onverenigbaarheid noodzakelijk zou zijn om een plaatsvervanger aan te duiden. De beroepscommissie streeft in zijn zitting naar een consensus. Wanneer het toch tot een stemming komt, heeft de groep van mensen die aan de school of het schoolbestuur verbonden zijn even veel stemmen als de groep van mensen die dat niet zijn. De voorzitter is niet verbonden aan de school of het schoolbestuur. Wanneer er bij een stemming evenveel stemmen voor als tegen zijn, geeft zijn stem de doorslag. De beroepscommissie zal de betwiste beslissing ofwel bevestigen ofwel het getuigschrift basisonderwijs toekennen ofwel het beroep gemotiveerd als onontvankelijk afwijzen. Het resultaat van het beroep wordt uiterlijk op 15 september via een aangetekende brief door de voorzitter van de beroepscommissie aan de ouders ter kennis gebracht.

9 HERSTEL- EN SANCTIONERINGSBELEID (zie infobrochure onderwijsregelgeving punt 21.6)

Kinderen maken nu en dan fouten. Dat is eigen aan het groeiproces van elk kind. Kinderen kunnen leren uit de fouten die ze maken. Onze school wil hierop inzetten door dialoog en herstel alle kansen te geven. In overleg met de betrokkenen gaan we op zoek naar een gepaste maatregel of een mogelijke oplossing. Op die manier kunnen kinderen mee de verantwoordelijkheid nemen om een oplossing te zoeken voor het conflict of om hun fout goed te maken. Hiermee sluiten we als school tuchtmaatregelen niet uit. Het betekent wel dat we heel bewust ervoor kiezen om in bepaalde gevallen een tuchtmaatregel op te leggen.

9.1 Begeleidende maatregelen

Wanneer je kind de goede werking van de school of het lesverloop hindert, kunnen we in overleg met je kind en eventueel met jou een begeleidende maatregel bepalen. De school wil hiermee je kind helpen tot gewenst gedrag te komen.

Een begeleidende maatregel kan zijn:

  • Een gesprek met de directeur;
  • Een time-out:
  • Naar de time-out ruimte gaan. Zo kan je kind even tot rust komen of nadenken over wat er is gebeurd. Achteraf wordt dit kort met je kind besproken;
  • Een begeleidingsplan: Hierin leggen we samen met jou en je kind een aantal afspraken vast waarop je kind zich meer zal focussen. Je kind krijgt de kans om zelf afspraken voor te stellen waar het dan mee verantwoordelijk voor is. De afspraken uit het begeleidingsplan worden samen met je kind opgevolgd.

9.2 Herstel

Vanuit een cultuur van verbondenheid wil de school bij een conflict op de eerste plaats inzetten op herstel. We nodigen de betrokkenen uit om na te denken over wat er is gebeurd en om hierover met elkaar in gesprek te gaan.

Een herstelgerichte maatregel kan zijn:

  • een herstelgesprek tussen de betrokkenen;
  • een herstelcirkel op het niveau van de leerlingengroep;
  • een bemiddelingsgesprek;
  • no blame-methode bij een pestproblematiek;
  • een herstelgericht groepsoverleg (HERGO):

Dit is een gesprek tussen de betrokken leerlingen, in het bijzijn van bijvoorbeeld ouders of vertrouwensfiguren, onder leiding van een onafhankelijk persoon. Tijdens dit groepsoverleg zoekt iedereen samen naar een oplossing voor wat zich heeft voorgedaan. De directeur of zijn afgevaardigde kan een tuchtprocedure, zoals in punt 9.4.3 beschreven, voor onbepaalde tijd uitstellen om dit groepsoverleg te laten plaatsvinden. Hij brengt je dan per brief op de hoogte.

9.3 Beroepsprocedures tegen tuchtmaatregelen

Wanneer je kind de goede werking van de school hindert of het lesverloop stoort, kan door elk personeelslid van de school een ordemaatregel genomen worden. Tijdens een ordemaatregel blijft je kind op school aanwezig.

Een ordemaatregel kan zijn:

  • een verwittiging in de agenda;
  • een strafwerk;
  • een specifieke opdracht;
  • een tijdelijke verwijdering uit de les met aanmelding bij de directie;

Tegen een ordemaatregel is er geen beroep mogelijk.

9.4 Tuchtmaatregelen

Let op: wanneer we spreken over directeur, hebben we het over de directeur of zijn afgevaardigde.

Wanneer het gedrag van je kind de goede werking van de school ernstig verstoort of de veiligheid en integriteit van zichzelf, medeleerlingen, personeelsleden of anderen belemmert, dan kan de directeur een tuchtmaatregel nemen. Een tuchtmaatregel kan enkel toegepast worden op een leerplichtige leerling in het lager onderwijs.

9.4.1      Mogelijke tuchtmaatregelen zijn:
  • een tijdelijke uitsluiting van minimaal één schooldag en maximaal vijftien opeenvolgende schooldagen;
  • een definitieve uitsluiting.
9.4.2     Preventieve schorsing als bewarende maatregel

In uitzonderlijke situaties kan de directeur in het kader van een tuchtprocedure beslissen om je kind preventief te schorsen. Deze bewarende maatregel dient om de leefregels te handhaven én om te kunnen nagaan of een tuchtsanctie aangewezen is.

De beslissing tot preventieve schorsing wordt schriftelijk en gemotiveerd aan jou meegedeeld. De directeur bevestigt deze beslissing in de brief waarmee de tuchtprocedure wordt opgestart. De preventieve schorsing kan onmiddellijk ingaan en duurt in principe niet langer dan vijf opeenvolgende schooldagen. Uitzonderlijk kan deze periode eenmalig met vijf opeenvolgende schooldagen verlengd worden, indien door externe factoren het tuchtonderzoek niet binnen die eerste periode kan worden afgerond. De directeur motiveert deze beslissing.

9.4.3      Procedure tot tijdelijke en definitieve uitsluiting

Let op: wanneer we in dit punt spreken over ‘dagen’, bedoelen we telkens alle dagen (zaterdagen, zondagen, wettelijke en reglementaire feestdagen niet meegerekend.)

Bij het nemen van een beslissing tot tijdelijke en definitieve uitsluiting wordt de volgende procedure gevolgd:

1 De directeur wint het advies van de klassenraad in en stelt een tuchtdossier samen. In geval van een definitieve uitsluiting wordt de klassenraad uitgebreid met een vertegenwoordiger van het CLB die een adviserende stem heeft.

2 De leerling, zijn ouders en eventueel een vertrouwenspersoon worden per aangetekende brief uitgenodigd voor een gesprek met de directeur. Een personeelslid van de school of van het CLB kan bij een tuchtprocedure niet optreden als vertrouwenspersoon van de ouders en hun kind. Het gesprek zelf vindt ten vroegste plaats op de vierde dag na verzending van de brief.

3 Voorafgaand aan het gesprek hebben de ouders en hun vertrouwenspersoon recht op inzage in het tuchtdossier, met inbegrip van het advies van de klassenraad.

4 Na het gesprek brengt de directeur de ouders binnen een termijn van vijf dagen met een aangetekende brief op de hoogte van zijn beslissing. In die brief staat een motivering van de beslissing en de ingangsdatum van de tuchtmaatregel. Bij een definitieve uitsluiting vermeldt de beslissing de beroepsmogelijkheden.

Samen met het CLB zoeken we naar een nieuwe school. Als ouders geen inspanning doen om hun kind in een andere school in te schrijven, krijgt de definitieve uitsluiting effectief uitwerking na één maand (vakantiedagen niet meegerekend). Is het kind één maand na de schriftelijke kennisgeving nog niet in een andere school ingeschreven, dan is onze school niet langer verantwoordelijk voor de opvang van de uitgesloten leerling. Het zijn de ouders die erop moeten toezien dat hun kind aan de leerplicht voldoet.

Het schoolbestuur kan de betrokken leerling weigeren als die het huidige, het vorige of het daaraan voorafgaande schooljaar definitief werd uitgesloten.

9.4.4      Opvang op school in geval van preventieve schorsing en (tijdelijke en definitieve) uitsluiting

Wanneer je kind tijdens een tuchtprocedure preventief geschorst wordt of na de tuchtprocedure tijdelijk wordt uitgesloten, is je kind in principe op school aanwezig, maar neemt die geen deel aan de lessen of activiteiten van zijn leerlingengroep. De directeur kan beslissen dat de opvang van je kind niet haalbaar is voor de school. Deze beslissing wordt schriftelijk en gemotiveerd bekend gemaakt aan de ouders.

In geval van een definitieve uitsluiting heb je als ouder één maand de tijd om je kind in een andere school in te schrijven. In afwachting van deze inschrijving is je kind in principe op school aanwezig, maar neemt het geen deel aan de activiteiten van zijn leerlingengroep. De directeur kan beslissen dat de opvang van je kind niet haalbaar is voor de school. Deze beslissing wordt schriftelijk en gemotiveerd bekend gemaakt aan de ouders.

9.5      Beroepsprocedures tegen een definitieve uitsluiting

Let op: wanneer we in dit punt spreken over ‘dagen’, bedoelen we telkens alle dagen (zaterdagen, zondagen, wettelijke en reglementaire feestdagen niet meegerekend).

Ouders kunnen tegen de beslissing tot definitieve uitsluiting beroep aantekenen. De procedure gaat als volgt:

1 Binnen vijf dagen na ontvangst van de beslissing tot definitieve uitsluiting kunnen ouders beroep indienen bij de voorzitter van het schoolbestuur. Dat kan via aangetekende brief:

Parochiaal Schoolcomité vzw – Beringsesteenweg 12, 3971 Heppen
Voorzitter Hilde DECKERS
Binnenveld 41, 3971 Heppenof

Wanneer de school open is, kunnen ouders het beroep bij het schoolbestuur op school persoonlijk afgeven. Ouders krijgen dan een bewijs van ontvangst dat aantoont op welke datum ze het hebben ingediend. De school geeft het beroep daarna door aan het schoolbestuur.

Let op: als het beroep te laat wordt verstuurd of afgegeven, zal de beroepscommissie het beroep als onontvankelijk moeten afwijzen. Dat betekent dat ze het beroep niet inhoudelijk zal kunnen behandelen.

Het beroep bij het schoolbestuur moet aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • het beroep is gedateerd en ondertekend;
  • het beroep is ofwel per aangetekende brief verstuurd, ofwel op school afgegeven (met bewijs van ontvangst).

Let op: als het beroep niet aan de voorwaarden voldoet, zal de beroepscommissie het beroep als onontvankelijk moeten afwijzen. Dat betekent dat ze het beroep niet inhoudelijk zal kunnen behandelen.

We verwachten ook dat het beroep de redenen aangeeft waarom de definitieve uitsluiting betwist wordt.

Hierbij kunnen overtuigingsstukken toegevoegd worden.

2 Wanneer het schoolbestuur een beroep ontvangt, zal het een beroepscommissie samenstellen. In de beroepscommissie zitten zowel mensen die aan de school of het schoolbestuur verbonden zijn als mensen die dat niet zijn. Het gaat om een onafhankelijke commissie die de klacht van de ouders grondig zal onderzoeken.

3 De beroepscommissie zal steeds de ouders en de leerling uitnodigen voor een gesprek. Zij kunnen zich daarbij laten bijstaan door een vertrouwenspersoon. In de brief met de uitnodiging zal staan wie de leden van de beroepscommissie zijn. Deze samenstelling blijft ongewijzigd tijdens de verdere procedure, tenzij het door ziekte, overmacht of onverenigbaarheid noodzakelijk zou zijn om een plaatsvervanger aan te duiden.

Het gesprek gebeurt ten laatste tien dagen nadat het schoolbestuur het beroep heeft ontvangen. Het is enkel mogelijk om een gesprek te verzetten bij gewettigde reden of overmacht.
De schoolvakanties schorten de termijn van tien dagen op.

4 De beroepscommissie streeft in zijn zitting naar een consensus. Wanneer het toch tot een stemming komt, heeft de groep van mensen die aan de school of het schoolbestuur verbonden zijn even veel stemmen als de groep van mensen die dat niet zijn. De voorzitter is niet verbonden aan de school of het schoolbestuur. Wanneer er bij een stemming evenveel stemmen voor als tegen zijn, geeft zijn stem de doorslag. De beroepscommissie zal de betwiste beslissing ofwel bevestigen ofwel vernietigen ofwel het beroep gemotiveerd als onontvankelijk afwijzen.

5 De voorzitter van de beroepscommissie zal de gemotiveerde beslissing binnen een termijn van vijf dagen met een aangetekende brief aan de ouders meedelen. De beslissing is bindend voor alle partijen.

Het beroep schort de uitvoering van de beslissing tot uitsluiting niet op.

10 BIJDRAGEREGELING (zie infobrochure onderwijsregelgeving punt 21.8)

Hieronder vind je een lijst met de schoolkosten. Op die lijst staan zowel verplichte als niet-verplichte uitgaven.
Verplichte activiteiten zijn uitgaven die ouders zeker zullen moeten maken. Niet-verplichte uitgaven zijn uitgaven voor zaken die je niet moet aankopen: maken ouders er gebruik van, dan moeten ze er wel voor betalen. In de bijdragelijst staan voor sommige kosten vaste prijzen, voor andere kosten enkel richtprijzen. Dit laatste betekent dat het bedrag dat je zal moeten betalen in de buurt van de richtprijs zal liggen, het kan iets meer zijn, maar ook iets minder.
De bijdrageregeling werd besproken op de schoolraad.

Wij vragen een bijdrage voor: Richtprijs:
zwemlessen (verplicht)
* 1ste leerjaar – gratis
* vanaf 2de leerjaar
– € 0,80 x 10 beurten = € 8
schooluitstappen: eendaags of deel van een dag (verplicht), exclusief vervoer en inkom;
maaltijden en drank zelf mee te brengen;
* afhankelijk van de bestemming
* schommeling tussen € 10 en € 15
sportklassen om de 2 jaren (facultatief en niet-verplicht); verblijf en verplaatsing;
leerjaren 5 en 6
+/- € 180
gymkledij (kan enkel op school aangekocht worden)
broekje
T-shirt
€ 9
€ 9
busvervoer (L.O. lessen, zwemmen, leeruitstappen,…) € 6 x5 (tweemaandelijks) = € 30
theater lager onderwijs (verplicht)
2 x per jaar
+/- € 3 x 2 = +/ – € 6

vervoer: € 3,5 x 2 = € 7

totaal: +/ – € 13

We werken in onze kleuterschool met gemengde leeftijdsgroepen. De kinderen zullen, naar gelang hun leeftijd, meer of minder betalen voor dezelfde activiteiten, ook al zitten ze in dezelfde klas. Voor het berekenen van de leeftijd wordt gekeken naar de leeftijd die de kleuter zal bereiken tijdens het jaar waarin het schooljaar aanvangt. De bedragen worden berekend op basis van de werkelijke kostprijs.

U kunt vrij intekenen op het volgende: Kosten
middaggeld € 0,30 per middag
binnenspeeldag kleuters +/- € 10 x 1
theater kleuters +/- € 3 x 2

Meerdaagse uitstappen: max € 440 per kind voor de volledige duur van het lager onderwijs.

10.1 Wijze van betaling

Ouders krijgen 5 maal per schooljaar een rekening. We verwachten dat die rekening op tijd en volledig wordt betaald. Dat betekent binnen de 30 dagen na afgifte.

We verwachten dat de rekening betaald wordt via overschrijving.

Ouders zijn, ongeacht hun burgerlijke staat, hoofdelijk gehouden tot het betalen van de schoolrekening. Dat betekent dat we beide ouders kunnen aanspreken om de volledige rekening te betalen. We kunnen dus niet ingaan op een vraag om de schoolrekening te splitsen. Als ouders het niet eens zijn over het betalen van de schoolrekening, bezorgen we jullie beiden een identieke schoolrekening. Zolang die rekening niet volledig betaald is, blijven beide ouders elk het volledige restbedrag verschuldigd, ongeacht de afspraken die ze met elkaar gemaakt hebben.

10.2 Bij wie kan je terecht i.v.m. betalingsmoeilijkheden?

Indien je problemen ondervindt met het betalen van de schoolrekening, kan je contact opnemen met Simone Henderickx – Directeur. Het is de bedoeling dat er afspraken worden gemaakt over een aangepaste betalingswijze. Wij verzekeren een discrete behandeling van je vraag.

Indien we vaststellen dat de schoolrekening geheel of gedeeltelijk onbetaald blijft zonder dat er financiële problemen zijn of omdat de gemaakte afspraken niet worden nageleefd, zal de school verdere stappen ondernemen. Ook dan zoeken we in eerste instantie in overleg naar een oplossing. Indien dit niet mogelijk blijkt, kunnen we overgaan tot het versturen van een dwingende herinneringsbrief (aangetekende ingebrekestelling). Vanaf dat moment kunnen we maximaal de wettelijke intrestvoet aanrekenen op het verschuldigde bedrag.

Wanneer je laattijdig hebt afgezegd voor een schoolactiviteit of als je kind op dat moment afwezig is, zullen we het deel van de kosten terugbetalen dat nog te recupereren is. Kosten die we al gemaakt hadden, kunnen we opnemen in de schoolrekening.

11 GELDELIJKE EN NIET-GELDELIJKE ONDERSTEUNING (zie infobrochure onderwijsregelgeving punt 21.9)

Personen en bedrijven die de school sponsoren worden vermeld in de maandbrief en tijdens het jaarlijkse schoolfeest.

12 VRIJWILLIGERS

Onze school maakt bij de organisatie van verschillende activiteiten gebruik van vrijwilligers. De vrijwilligerswet verplicht de scholen om de vrijwilligers over een aantal punten te informeren. De school doet dit via onderstaande bepalingen.
Organisatie
De vzw Parochiaal Schoolcomité – Beringsesteenweg 12 – 3971 Heppen
Maatschappelijk doel: De vereniging heeft tot doel, met uitsluiting van enig winstoogmerk, het inrichten en het bevorderen van het katholiek onderwijs en opvoeding, in overeenstemming met de leer van de rooms-katholieke kerk en met de bepalingen van het kerkelijk recht over de christelijke opvoeding.

Hiertoe streeft zij de schoolse, sociale, godsdienstige, culturele, wetenschappelijke en sportieve vorming na, in het kader en volgens de richtlijnen van het katholiek onderwijs en volgens de eigen pedagogische methode.

Zij erkent en aanvaardt het gezag van de organen die door het episcopaat op nationaal, diocesaan en regioneel vlak worden belast met de organisatie, de coördinatie en de begeleiding van het katholiek onderwijs.

De vereniging mag alle rechtshandelingen stellen die nodig of nuttig zijn voor het verwezenlijken van het maatschappelijk doel, en mag daartoe alle roerende of onroerende goederen verwerven of bezitten in eigendom of anderszins, en deze goederen gebruiken, beheren of ten dienste stellen.

De vereniging mag ook op bijkomstige wijze zekere economische activiteiten uitoefenen op voorwaarde dat de opbrengst daarvan uitsluitend besteed wordt aan het hoofddoel.

        • De organisatie heeft een verzekeringscontract afgesloten tot dekking van de burgerlijke aansprakelijkheid, met uitzondering van de contractuele aansprakelijkheid, van de organisatie en de vrijwilliger. Het verzekeringscontract werd afgesloten.
        • Een bijkomende verzekering tot dekking van de lichamelijke schade tijdens de uitvoering van een vrijwilligersactiviteit of op weg van en naar de activiteit werd afgesloten.
        • Er wordt geen onkostenvergoeding voorzien.
        • Een vrijwilliger gaat discreet om met geheimen die hem/haar zijn toevertrouwd.

Bij vrijwilligerswerk bestaat de kans dat je als vrijwilliger geheimen verneemt waarvoor een geheimhoudingsplicht bestaat. Het gaat dan vooral om vrijwilligerswerk bij telefonische hulpverlening als Tele-Onthaal, de Zelfmoordlijn waarbij je in contact komt met vertrouwelijke informatie. Bij vrijwilligerswerk op school is de geheimhoudingsplicht normaal gezien niet van toepassing. Een vrijwilliger gaat discreet om met de informatie die hem of haar is toevertrouwd.

13 WELZIJNSBELEID

13.1 Preventie

1. Verwachtingen naar de ouders

          • De ouders geven zelf het goede voorbeeld. Zij stimuleren hun kinderen om de regels betreffende preventie in de school toe te passen. Ouders trachten de informatie betreffende veiligheid, gezondheid, welzijn en milieu, die verspreid wordt via ondermeer het schoolreglement, klasbezoeken, oudercontacten, enzovoort in samenspraak met het kind ook thuis door te nemen.
          • Wat ziektes betreft, hebben ouders hebben meldingsplicht bij elke besmettelijke ziekte waarvoor maatregelen kunnen nodig zijn. De arts die een ziekte vaststelt, zal zeggen of je de schooldirectie moet verwittigen. De schooldirectie is in dat geval wettelijk verplicht de CLB-arts te contacteren. De CLB-arts neemt maatregelen -voor zover dit nodig is- voor de leerling, de klas of de school.
          • Indien uw kind problemen heeft met zijn of haar gezondheid, is het aan te raden de betrokken leerkracht en de directeur hiervan op de hoogte te brengen.
          • Ouders dienen ook te waken over de geestelijke gezondheid van hun kind.

2. Verwachtingen naar de kinderen

          • De kinderen worden geacht het preventiebeleid van de school toe te passen. Concreet betekent dit dat ze de afspraken betreffende veiligheid, gezondheid en milieu die verspreid worden via o.a. klas- en schoolafspraken, naleven.
          • Kinderen dienen respectvol met elkaar om te gaan en zijn beleefd tegen alle personeelsleden van de school.
          • Andere kinderen fysiek pijn doen en verbaal of non-verbaal pesten zijn gedrags- vormen die in onze school niet thuishoren. De leerlingen geven liefst zo vlug mogelijk aan bij de leerkracht die toezicht houdt, wanneer zij met onaanvaardbaar gedrag van medeleerlingen of volwassenen geconfronteerd worden. Na overleg wordt eventueel een gesprek met de zorgleerkracht of de directie voorzien, al naargelang de ernst van de situatie. Het is uiteraard niet gepast dat ouders zich rechtstreeks wenden tot de leerling(en) in kwestie.

Terug naar boven

13.2 Verkeersveiligheid

De kinderen worden steeds onder begeleiding van de leerkrachten naar de poort gebracht. Mogen wij je vriendelijk, maar met aandrang vragen:

          • ouders zetten hun fiets tegen de muur buiten de schoolpoort;
          • de kinderen plaatsen hun fietsen in het fietsenrek;
          • auto’s worden enkel geparkeerd op de voorziene parkeerplaatsen, niet op het fiets- of voetpad;
          • wacht tot de gemachtigde opzichter of de leerkracht na elke halve lesdag (om 12u00 en 15u30) de poort zelf open doet om je kind(eren) mee naar huis te nemen;
          • blijf achter de gele lijnen zodat de doorgang vrij blijft;
          • wacht niet in de auto, maar haal de kinderen zelf af aan de poort zodat de bewaking vlot kan verlopen;
          • zorg dat het fietspad, de rijweg en de toegang tot het zebrapad vrij blijven;
          • gebruik het zebrapad tijdens het oversteken van de rijweg;
          • respecteer de gemachtigde opzichters;
          • breng en haal de kinderen af aan de schoolpoort en niet in het klaslokaal, want dit stoort het klasgebeuren. Opgelet: de kleuters worden ’s avonds wel afgehaald in de klas (2,5-jarige kleuters ook ’s middags).

Tip:
Om de verkeersdrukte in de schoolomgeving te verminderen, raden wij aan om zoveel mogelijk te voet of met de fiets naar school te komen! Voor de veiligheid en een goede zichtbaarheid vragen wij aan alle fietsers en voetgangers om een fluovest te dragen! En de fietsers vergeten hun fietshelm niet!

Denk eraan:
De ouders zijn de eerste verkeersopvoeders, uw eigen verkeersgedrag is het voorbeeld bij uitstek voor uw kind!

Terug naar boven

13.3 Medicatie

Wanneer een leerling ziek wordt op school, dan zal de school niet op eigen
initiatief medicatie toedienen. Wel zullen de ouders of een andere opgegeven contactpersoon verwittigd worden en zal hen gevraagd worden de leerling op te halen. Wanneer dit niet mogelijk is, zal de school een arts om hulp verzoeken.

In uitzonderlijke gevallen kan een ouder aan de school vragen om medicatie toe te dienen aan een kind. Deze vraag moet bevestigd worden door een schriftelijk attest
van de dokter dat de juiste dosering en toedieningswijze bevat.

Andere verpleegkundige handelingen of medische behandelingen, andere dan
via orale (via de mond) of percutane (via de huid) weg, via oogindruppeling of oorindruppeling, mogen niet worden gesteld door ongekwalificeerd schoolpersoneel.
Samen met de ouders zoeken we naar een samenwerking met verpleegkundigen,zoals de diensten van het Wit-Gele Kruis.

Terug naar boven

13.4 Stappenplan bij ongeval of ziekte

* Eerste hulp
Wanneer een kind zich verwondt in de school (op de speelplaats, in de refter
of in de klas) vraagt het verzorging aan diegene die toezicht houdt.
De eerste hulp wordt toegediend door het personeelslid dat op dat ogenblik
bij het kind is.
In ernstige gevallen verwittigt het secretariaat één van de ouders, familieleden of vrienden die via de inschrijvingsfiche zijn genoteerd. Indien de betreffende persoon kan komen, zal hij/zij het kind verder opvolgen.
Indien men niemand kan bereiken, wordt geen enkel risico genomen en wordt de huisarts (zie inlichtingenfiche van de leerling), de schoolarts of de dienst spoedgevallen gecontacteerd.

* Dringende gevallen
– 112
– Sint-Franciscusziekenhuis te Heusden-Zolder (011/71 50 00)

* Dokter
Boelanders Jean (011/34 45 33)

* Verzekeringspapieren
– Contactpersoon
— de administratieve bediende van de school
— de directeur
Procedure: de ongevalverklaring wordt ingevuld door de school, het geneeskundig getuigschrift wordt ingevuld door de arts en het formulier uitgavenstaat moet ingevuld worden door het ziekenfonds van de leerling.

13.5 Rookverbod

Er geldt een permanent rookverbod op school. Het is dus verboden te roken in zowel gesloten ruimten van de school als in open lucht op de schoolterreinen. Als je kind het rookverbod overtreedt, kunnen we een sanctie opleggen volgens het orde- en tuchtreglement. Als je vindt dat het rookverbod op onze school ernstig met de voeten wordt getreden, kan je terecht bij de directeur.

Ook verdampers zoals de elektronische sigaret, heatstick en de shisha-pen vallen onder het rookverbod, zelfs als ze geen nicotine en tabak bevatten.

Er is ook een rookverbod tijdens de extra-murosactiviteiten.

13.6 Gezonde voeding

1. Drank
De kinderen mogen tijdens de speeltijd en middagpauze ENKEL WATER drinken.
Ze brengen zelf een hervulbaar flesje mee van thuis gevuld met water en getekend met hun naam! Lege flesjes kunnen op school terug gevuld worden met drinkbaar kraantjeswater! De flesjes gaan elke dag weer mee naar huis! Petflessen zijn NIET toegelaten in onze school sinds 1/09/2018.

2. Snoep
Snoep bederft onze tanden; daarom: geen snoep in onze school!

3. Fruit

Elke voormiddag eten alle kinderen een stuk fruit of groente (of een boterham maar GEEN koek).
In de namiddag mag een koek wel.
Fruit en groente eten is gezond. Door het eten van fruit en groente sleep je bergen nuttige voedingsstoffen aan voor je lichaam.
Toch eten nog veel kinderen te weinig fruit en groente. Daarom promoten wij het op onze school.

Terug naar boven

13.7 Luizen op school

Een steeds meer voorkomend probleem in onze moderne maatschappij zijn luizen. Aangezien dit ongedierte zich zeer snel kan uitbreiden , zouden wij je het volgende willen vragen dat je regelmatig het hoofdhaar van je kind controleert.
Merk je dat je kind luizen heeft, verwittig dan de school. De hele klas krijgt dan een infofolder mee. Behandel het hoofdhaar met een speciale shampoo.
Denk eraan: zwijgzaamheid is vaak de oorzaak van een uitgebreide plaag.
En nog dit: luizen ontstaan op onhygiënische plaatsen, maar ze gaan over op de
meest hygiënische hoofdjes.

14 AFSPRAKEN EN LEEFREGELS

Terug naar boven

14.1 Gedragsregels

1. Speelplaats

          • Ik sta niet op de poort.
          • Ik zet mijn schooltas buiten tegen de muur.
          • Bij regen mag ze in de gang of onder het afdak.
          • Ik spreek keurig Nederlands.
          • Mijn vrienden en vriendinnen noem ik bij de voornaam.
          • Ik help wel eens kleinere kinderen.
          • Als het regent,ga ik onder het afdak op de speelplaats en speel daar rustig.
          • Met een bal spelen of touwtje springen, kan nu even niet.
          • Als ik de bel hoor, ga ik onmiddellijk in de rij staan.

2. Gangen

          • In de gang zijn we rustig.
          • We zorgen samen voor orde in de gang.
          • Ik sluit de deuren van de gangen, zeker tijdens de winter.

3. Klas

          • Wanneer ik iets zeggen wil, steek ik m’n vinger op.
          • Ik spreek steeds met twee woorden.
          • Als een vreemde persoon de klas binnenkomt, zeggen we “goeiedag” en gaan dan rustig verder met ons werk.
          • Ik ben stil en aandachtig in de les.
          • Ik houd mijn boeken en schriftjes netjes.
          • Ik verlaat de klas zonder roepen,duwen of trekken om naar de speelplaats te gaan.
          • Ik ben altijd voorzichtig.
          • Wanneer ik voor de orde moet zorgen, doe ik het zoals het hoort.
          • Mijn schoolagenda schrijf ik netjes in en laat ik hem door mijn ouders 1X per week tekenen.
          • Ik blijf niet in de klas zonder toelating.

4. Turnzaal en zwembad

          • Sportiviteit boven alles.
          • Eerbied voor ieders prestatie.
          • Deelnemen is belangrijker dan winnen.
          • Respect voor materiaal en accommodatie.
          • De kinderen van Heppen zijn een voorbeeld voor alle andere kinderen. Wij gedragen ons!
          • We spreken Nederlands tijdens de lessen.
          • Onze turnkledij blijft op school, enkel tijdens vakanties nemen we ze mee naar huis om ze te wassen.
          • Geen turnkledij bij ? Toch mee turnen en op een zo sportief mogelijke manier kleden.
          • Het merken van de sportkledij wordt aangeraden.
          • In de bus gedragen we ons en eten of drinken wij niets!
          • We verplaatsen ons steeds in rijen van 2.
          • In de sporthal of het zwembad :
            • maken we geen lawaai in de kleedkamers en gangen
            • wandelen wij rustig in de gangen of naast het zwembad
            • kleden we ons rustig om (en vouwen onze kledij mooi op, zodat het aankleden vlot kan verlopen)
            • wachten we in de kleedkamer tot de leerkracht ons komt halen
            • respecteren we de afspraken van de instructie
            • vragen we om naar het toilet te gaan
            • is gevaarlijk gedrag uit den boze…

5. Bij uitstappen: de algemene afspraken die gelden in de school, blijven ook van toepassing tijdens uitstappen

          • Beleefd zijn.
          • Actief meewerken (luisteren, vinger opsteken, opdrachten uitvoeren,…). * Altijd in de groep blijven, nooit afzonderen.

6. Bij vieringen

          • Hoofddeksels afzetten.
          • De stilte respecteren.
          • Meebidden en meezingen.

14.2 Kleding: Wij verwachten dat alle kinderen netjes gekleed naar school komen.

14.3 Persoonlijke bezittingen

Afspraken op de speelplaats en in het gebouw in verband met multimedia-apparatuur

          1. Er worden geen GSM’s of andere multimedia-apparaturen toegelaten op school. Indien leerlingen betrapt worden , wordt het toestel afgenomen en ouders mogen het komen ophalen op het bureel.
          2. Indien je als ouder vindt dat het in bepaalde omstandigheden noodzakelijk is om je kind een GSM mee naar school te geven, kan je dit bespreken met de directeur.

Terug naar boven

14.4 Milieu op school

1. Schoolacties
In samenwerking met Bebat zamelen wij op school batterijen in.

2. Wassen
In alle sanitaire ruimtes en aan alle wastafels hangen handdoeken die dagelijks ververst worden. Er worden op school geen papieren handdoeken gebruikt.

3. Tijdens alle speeltijden wordt elke klas verlucht. De ramen en de deuren worden open gezet en weer gesloten bij het binnenkomen (frisse klaslucht).

4. Alle kinderen gebruiken brooddozen en navulflesjes voor het drinken;
dus: GEEN zilverpapier, petflesjes, brik of blikken op onze school.
De kinderen van het 1e, 2e en 3e leerjaar moeten een apart eetzakje meebrengen met daarin hun eten en drank.

5. Iedereen sorteert: papier, PMD, fruitafval en restafval.

6. In samenwerking met Natuurpunt zijn er in 2012 nestkastjes voor zwaluwen
geplaatst op de speelplaats van de Hamsesteenweg; het 5e en 6e lj nemen
om de 2 jaar deel aan een theoretische halve dag en een praktijkdag in het bos.
Op vraag van Bos+ nemen wij steeds actief deel aan bosaanplanting.

Verwachtingen naar de ouders en de kinderen
Wij verwachten van de ouders en de kinderen dat zij alle acties op school
steunen door zich te houden aan de gemaakte afspraken.

Terug naar boven

14.5 Eerbied voor materiaal

De kinderen mogen alle leerboeken, schriften en andere materialen gratis gebruiken zowel op school als thuis. Ouders èn kinderen engageren zich dan ook om zorgzaam om te gaan met het schoolmateriaal. Stelt de school vast dat het materiaal opzettelijk wordt beschadigd of veelvuldig verloren gaat, dan kan ze de gemaakte kosten voor de aankoop van nieuw materiaal aanrekenen aan de ouders.

Terug naar boven

14.6 Afspraken rond pesten

Pesten wordt op onze school niet getolereerd.
De werkgroep “Pesten niet op onze school” zal het huidige pestproject herbekijken.
De vernieuwde versie wordt later opgenomen in de infobrochure!

Tijdens het schooljaar ‘98-’99 hebben wij samen -leerkrachten, leerlingen en ouders- gewerkt aan een “pestproject”. Het resultaat van dit project is uitgeschreven in 3 gedragscodes: één voor de leerkrachten, één voor de ouders en één voor de leerlingen.
De gedragscode van de ouders vind je hieronder en die van de leerlingen zit in het schoolreglement (bijlage 1). Door het naleven van deze gedragscodes op de drie niveaus proberen wij van onze school een pestvrije school te maken.

Terug naar boven

14.6.1 Gedragscode leerlingen

Plagen is niet erg
Plagen en pesten, twee woorden die op elkaar lijken.
Ze beginnen allebei met een “p”.
Maar verder zijn er grote verschillen.
Plagen is een spelletje.
Een kind plaagt een ander kind en het ander kind plaagt terug.
Daarna maken ze het weer goed.
Plagen doe je allebei en om de beurt.

Pesten is altijd gemeen
Pesten doe je niet om beurt.
Het ene kind pest altijd het andere kind. En het ene kind gaat ermee door.
Een dag, een week, soms maandenlang.
Het andere kind weet niet wat het moet doen tegen dat gepest.
Of het durft er niets tegen te doen.

Pesten gebeurt overal
Overal waar kinderen zijn, kunnen ze elkaar pesten.
Op het speelplein, op de club, in het zwembad, thuis en op de straat.
Op vele scholen wordt er gepest.
Misschien gebeurt het ook bij jou in de klas.

Pestmanieren
Pestkoppen pesten op allerlei manieren.
Ze duwen, slaan en schoppen.
Sommigen knijpen, spugen of trekken aan haren.
Of ze doen het nog anders.
Bijvoorbeeld door iemand steeds uit te schelden en uit te lachen.
Ze vertellen over een kind lelijke dingen die niet waar zijn.
Of ze zorgen ervoor dat iemand nooit mee mag doen in de groep.
En soms maken ze met opzet spullen van een kind kapot.

Pestkoppen
Pestkoppen spelen graag de baas.
Ze willen laten zien hoe stoer ze zijn.
Toch pesten ze vaak stiekem.
Als de meester of de juf even niet kijkt.
Pestkoppen vormen meestal een groepje.
En dat groepje pest vaak hetzelfde kind.
De meeste pestkoppen weten niet waarom ze pesten.
Het kan begonnen zijn als een grapje.
Maar dat geintje hield niet op…

Gepeste kinderen
Kinderen die gepest worden, durven meestal niets terug doen.
Ze voelen zich hulpeloos.
En juist daarom worden ze gepest.
Ze gaan huilen, rennen hard weg of ze worden driftig.
En dan hebben de pestkoppen hun zin.
Je wordt niet gepest omdat je een bril hebt.
Je wordt gepest omdat je gemakkelijk te pakken bent.

De andere kinderen
Aan de ene kant heb je pestkoppen.
Aan de andere kant heb je het gepeste kind.
En daar tussenin is een grote groep kinderen die zien dat er wordt gepest.
Sommige van die kinderen gaan meedoen met pesten.
Ze vinden dat gepest wel grappig.
Of ze zijn bang dat ze anders zelf worden gepest.
Andere kinderen doen niet mee.
Maar vaak doen ze er ook niets tegen.
Ze weten niet wat ze moeten doen.
En ze zijn bang voor de pestkoppen.

Pesten doet pijn
Kinderen die worden gepest kunnen wondjes en blauwe plekken hebben.
Maar ze hebben vooral pijn van binnen.
Ze voelen zich alleen en verdrietig.
Ze hebben nergens meer zin in.
Soms durven ze niet eens naar school.

Pestkoppen hebben het ook niet echt fijn.
Ze hebben geen echte vrienden.
Ook zij voelen zich soms alleen en ongelukkig.
Omdat ze zo stoer doen, merk je dat niet.
Voor alle kinderen in de groep is het ook rottig als er wordt gepest.
Het is dan niet gezellig in de klas.
Er is vaak ruzie.
De meester of de juf moet streng zijn.
Pesten is voor niemand leuk.
Daarom moet iedereen helpen
het pesten te stoppen in onze school!

Stop het pesten in onze school
Het is moeilijk om in je eentje het pesten te stoppen.
Daarom maken wij er samen werk van: leerlingen, leerkrachten en ouders.

Hoe?… Afspraken naleven

Afspraken voor de pestkop
Wanneer je pest, ben je altijd in de fout, stop onmiddellijk!
Elke meester of juf (ook buschauffeur en busbegeleidster)
zal het pesten stoppen en melden.
Je klasjuf of –meester zal een gesprek met je voeren.
Indien nodig, helpt de kernleerkracht mee.
Je moet je fout weer goed maken (herstelcontract).
De juf of de meester vertelt aan je ouders wat er gebeurd is.
Iedereen zal je zoveel mogelijk helpen om het pesten te stoppen.
Wanneer je blijft pesten, kan je geschorst of uitgesloten worden.

Afspraken voor het gepeste kind
Vecht of scheld nooit terug.
Vertel het aan iemand die je aardig vindt.
Kan je dit nog niet, vertel het dan aan je knuffel.
Knuffels kunnen goed luisteren.
Je kan ook de kindertelefoon bellen: 078/15 14 13.
Als je het probleem zelf niet kan oplossen,
vertel het zo vlug mogelijk aan de juf of meester.

Afspraken voor andere kinderen
Als je ziet dat iemand wordt gepest, doe dan niet mee.
Zeg er wat van als je durft.
Meld het meteen aan de juf of de meester.
Of aan iemand anders.
Praten over pesten is geen klikken.
Laat de gepeste leerling met jou meespelen.

Samen met alle leerkrachten en leerlingen doen we er alles aan
om van onze school een pestvrije school te maken!!!

Terug naar boven

14.6.2 Gedragscode ouders

1. Informatie

1.1 Definitie van pesten
* Pesten is een negatief gedrag door twee of meer individuen
tegen één individu of een welomschreven groep.
* Diegenen die negatief optreden, reageren onderling met elkaar
en bevestigen elkaars gedrag.
* Pesten is een doel op zich; vaak wordt het uitgeoefend met
geen andere intentie dan het kwetsen van het slachtoffer.

1.2 Voorwaarden van pesten
* Pesten gebeurt gedurende een langere periode:niet één agressieve daad, maar herhaalde daden.
* Het gebeurt systematisch en langdurig: pesten stopt niet vanzelf en na korte tijd.
* Er is een onevenwicht van macht: er is sprake van ongelijke strijd,
de pestkop ligt altijd boven (de onmachtsgevoelens van het slachtoffer tegenover het almachtsgevoel van de pestkop).
* Pesterijen zijn verbaal, psychisch of fysisch van aard:
de pestkop wil pijn doen, kwetsen of vernielen.

1.3 De school heeft een strategie tegen pesten
* Het pestgedrag wordt vastgesteld.
* De leerkracht treedt op: stopt het pestgedrag onmiddellijk,
scheidt pestkop en slachtoffer en meldt het voorval in het logboek.
* De klasleerkracht bespreekt het voorval met de betrokkenen.
* Indien nodig, wordt de kernleerkracht betrokken en wordt er
een herstelcontract opgemaakt.

1.4 De school staat open voor het signaleren van pesten.

1.5 Bij elk pestgedrag wordt gestreefd naar een herstel van
de situatie, onder begeleiding van de leerkracht.

2. Afspraken

2.1 Ouders van kinderen uit de middengroep
* Neem andere ouders ernstig als ze je vertellen dat hun kind
gepest wordt. Ouders lopen daar niet mee te koop.
Als ze het vertellen, is dat vragen om hulp.
* Het is ook in het belang van je eigen kind dat je als ouder iets onderneemt, wanneer je hoort dat er op school gepest wordt.
Denk erom dat jouw kind, dat geen zondebok of pestkop is,
toch te lijden heeft onder de onveilige en onprettige sfeer
in de klasgroep.
* Ook jouw kind moet weten dat pesten er niet bij hoort.
Door zelf iets te doen, laat je je kind merken dat het heel gewoon
is om te proberen pesten te stoppen, ook al ben je er niet rechtstreeks bij betrokken.
* Praat over pesten met je kind. Vraag je kind ook naar zijn rol
bij het pesten. Als hij het niet opneemt voor het gepeste kind, waarom doet hij dat niet? Is hij bang voor de pestkop?
Geef je kind de raad met vriendjes over het probleem in de klas
te praten, misschien durven ze samen iets ondernemen.
* Redenen als “hij lokt het zelf uit” gaan niet op. Anders zijn of
anders reageren mag geen reden zijn om te pesten.
* Leer kinderen opkomen voor zichzelf en stimuleer ze om
hulp te vragen als zij situaties niet goed aankunnen of aandurven.
* Geef zelf het goede voorbeeld, veroordeel anderen niet.

2.2 Ouders van pestkoppen
* Niemand vindt het leuk om te horen dat zijn kind anderen pest.
De eerste reactie is dan ook vaak ‘dat het wel zal meevallen’ of
‘dat het kinderen onder elkaar zijn’. Neem andere ouders ernstig als ze zeggen dat jouw kind pest.
* Praat met je kind over pesten; ga na wat er gebeurd is en wat
er aan de hand is. Maak je kind duidelijk dat je pesten absoluut afkeurt. Misschien heeft je kind onvoldoende in de gaten hoe erg
het is wat hij een ander kind aandoet. Leg dat goed uit.
* Maak aan je kind duidelijk dat je achter de beslissing en de gedragscode van de school staat.
* Zoek samen naar alternatieve omgangsvormen waarin pesten
geen plaats heeft.
* Volg de situatie op, spreek geregeld met de leerkracht en ga na
of de afspraken gerespecteerd worden.

2.3 Ouders van de zondebok
* Als je merkt dat je kind wordt gepest,moet je altijd iets doen – ook al is het nog niet zo lang aan de gang. Juist dan is het probleem nog overzichtelijk en gemakkelijk op te lossen.
* Probeer er achter te komen wat er precies gebeurd is.
Geloof wat je kind zegt, neem het serieus.

* Als je meent dat het hier echt om pesten gaat en niet om een plagerij, spreek dan af met je kind dat het je meteen vertelt als het weer gebeurt. Zeg dat jullie samen gaan opletten en ook samen zullen zoeken naar een oplossing. Het kind dat meestal toch al onzeker is, moet zich gesteund voelen.
* Vertel je kind ook dat pesten wel vaker voorkomt, maar dat het niet normaal is. Waar het ook gebeurt, pesten moet stoppen.
* Zeg in elk geval nooit dat het zijn eigen schuld is als hij gepest
wordt.
* Neem steeds contact op met de school en vertel je vermoeden of wat je weet.

14.7 Bewegingsopvoeding

Elke leerling wordt geacht deel te nemen aan de lessen bewegingsopvoeding. Je kind krijgt enkel vrijstelling op basis van een doktersattest.
1. Afspraken voor de kleuters

* De 2,5- en 3- jarige kleuters sporten in de parochiezaal en de kleuters van
Immert sporten in de kapel . Zij houden kleren en schoenen aan.
* De 4- en de 5-jarige kleuters van Heppen turnen in de sporthal .
Zij krijgen een sportzakje van de school om hun gympantoffels in te steken.
Voorzie zowel op het zakje als op de pantoffels de naam van de kleuter.
Op de dag van het turnen dragen zij best sportieve kledij.

2. Afspraken voor de leerlingen van de lagere school
* Alle leerlingen ontvingen (of ontvangen) van de school een t-shirt en een groene sportbroek. Deze uitrusting moet verplicht elke turnles gedragen worden.
Dat een paar degelijke turnpantoffels hier ook bij hoort,is vanzelfsprekend.
“Alle” kinderen komen na de zwemles met de bus terug naar de school.

14.8 Afspraken i.v.m. zwemmen

Voor het zwemmen dient elke leerling voorzien te zijn van een zwemzak, een zwempak (broek of badpak), twee handdoeken, een zakdoek, een kam en warme kledij.

Terug naar boven

14.9 Huiswerkvisie

Onze school vindt huiswerk heel belangrijk.

Dit huiswerk heeft vier duidelijke doelstellingen.

          1. We willen aan ouders laten zien wat onze kinderen allemaal doen in de klas en wat de leervorderingen van het kind zijn. De kinderen brengen op die manier een stukje school mee naar huis.
          2. Via het maken van huiswerk leren de kinderen beetje bij beetje zelfstandig te werken. Op die manier bereiden we hen voor op de manier van werken in het secundair onderwijs.
          3. Huiswerk is een extra inoefening van de geziene leerinhoud en we geloven dat deze bijkomende inoefening de kinderen vaardiger maakt in het verwerven van de leerinhoud.
          4. Het huiswerk informeert de leerkracht over het al dan niet beheersen van de leerstof, op voorwaarde dat het huiswerk door het kind zelf is gemaakt en niet door de ouders.

Hulp bij huiswerk?

Wat bedoelen we precies met hulp bij huiswerk? Op welke manier helpen we onze
kinderen het best ? Dit zijn geen gemakkelijke vragen ! We vinden het belangrijk jullie
duidelijk te informeren over wat wij wel en niet van ouders verwachten inzake
huiswerkondersteuning.

Algemene verwachtingen

          1. We vinden het in de eerste plaats belangrijk dat je goede omstandigheden aan je kind aanbiedt: een rustige werksfeer (zonder TV, radio of spelende kinderen in de buurt), wat plaats (aan een lege tafel of bureau), enzovoort. Voor elk gezin betekent dit samen op zoek gaan naar wat mogelijk is.
          2. We verwachten dat ouders hun kind stimuleren en aanmoedigen. Dit doe je door iedere dag interesse te tonen voor wat het kind doet op school en ook interesse te tonen voor het huiswerk van het kind. Moedig je kinderen aan om hun best te doen voor het huiswerk, stimuleer hen om erbij na te denken en zorg ervoor dat ze er de nodige tijd voor maken.
          3. We verwachten dat je, indien dat nodig mocht blijken, je kind aanspoort om te beginnen met het maken van het huiswerk. Een eerste stap is het samen overlopen van de agenda.
          4. Controleer of het huiswerk al dan niet gemaakt is, ook als je kind in de opvang blijft. Teken bij voorkeur de schoolagenda elke dag.
          5. Moedig je kind aan om uitleg te vragen aan de leerkracht.
          6. Contacteer ons op tijd, indien er zich ernstige moeilijkheden voordoen bij het maken van het huiswerk. Je mag gerust je reacties rond dat huiswerk noteren in de agenda van je kind of op het huiswerk zelf.

Specifieke verwachtingen

          1. Hoe ouder kinderen worden, hoe meer zelfstandigheid ze verwerven in het maken van huiswerk. Geef hen de vrijheid die ze verdienen en aankunnen. Voor kinderen van een eerste leerjaar kan het nog nodig zijn om toezicht te houden, maar laat kinderen van een zesde leerjaar gerust volledig de eigen verantwoordelijkheid opnemen in het plannen en uitvoeren van hun taken.
          2. Kinderen van de eerste en tweede leerjaar hunkeren al eens naar een luisterend oor bij het hardop lezen. Probeer regelmatig mee te luisteren, minstens totdat leesniveau 9 behaald wordt. Voor de leerlingen van de derde graad is het ook heel belangrijk dat je eens meeluistert tijdens de inoefening van de Franse woordjes.

We verwachten niet dat ouders:

          1. uitleg geven indien het kind iets niet begrijpt,
          2. het huiswerk verbeteren, uitgezonderd spelling: de ouders kijken best de woordjes na die de leerlingen moeten leren foutloos schrijven
          3. nog extra oefeningen opgeven,
          4. een slordig werkje laten overschrijven,
          5. zelf nog uren met het kind bezig zijn rond de leerinhoud.

Huiswerk op vaste dagen met een bepaalde duur

Het huiswerk in het eerste leerjaar vraagt om extra aandacht. In het eerst leerjaar krijgen de basisvaardigheden lezen, schrijven en rekenen de meeste aandacht. Om deze
vaardigheden goed onder de knie te krijgen, is het noodzakelijk dat de kinderen elke dag oefenen (herhaling en inoefening is hier van zeer groot belang).
Daarom hebben wij voor het eerste leerjaar een aangepaste regeling voorzien.
Van september tot maart: Elke dag: lezen 15’ , schrijven of rekenen 15’
Vanaf maart: Elke dag lezen 15’ en af en toe rekenen 10’

Huiswerk MAANDAG DINSDAG WOENSDAG DONDERDAG VRIJDAG
2de lj 15’-30′ 15’-30′ 15’-’30
3de lj. en 4de lj. 30’ 30’ 30’
5de en 6de lj. 45’-60′ 45’-60′ 45’-60′ 45’-60′

Opmerking:

Tijdens de toetsenperiode kan er afgeweken worden van dit schema! Franse woordenlijst kan ook op een woensdag meegegeven worden!

Huiswerk niet gemaakt?!

Indien het huiswerk niet werd gemaakt, gelden de volgende afspraken:

          • voor het 1ste: huiswerk tegen de volgende dag maken en nota in agenda;
          • voor het 2e en 3e lj. : huiswerk maken tegen de volgende dag en extra werk
          • voor het 4de, 5de en 6de lj: huiswerk tijdens de speeltijd en extra werk.

In problematische situaties spreekt de leerkracht de ouders aan !

Eerlijk huiswerk

Kinderen uit dezelfde klas kunnen een verschillend huiswerk krijgen. We streven naar een gelijkwaardige inspanning van elk kind en naar een huiswerk dat een haalbare kaart is voor elk kind. Zo proberen we iedereen gemotiveerd te houden.

Tot slot

Onze school vindt huiswerk belangrijk, maar wij vinden het even belangrijk dat er
rekening gehouden wordt met de behoefte aan spel en vrije tijd.
We gunnen dit graag aan elk kind nadat het een dag goed gewerkt heeft.
Hopelijk is alles in verband met huiswerk een beetje duidelijker geworden.
Mochten er toch nog vragen zijn, aarzel dan niet om contact op te nemen met de leerkracht van je kind.

Terug naar boven

14.10 Agenda van je kind

Afspraken

De schoolagenda is een belangrijke schakel tussen de leerkrachten en de ouders.
Voor jullie kan het ook een controlemiddel zijn over het doen en laten van je kind in de klas. Kijk de agenda iedere dag even in. In het 1e en 2e leerjaar moet de agenda dagelijks ondertekend worden, vanaf het 3e leerjaar moet hij wekelijks ondertekend worden.
Als er een bijdrage wordt gevraagd of als er een brief wordt meegegeven, dan wordt
dat ook vermeld.

Terug naar boven

14.11 Rapporteren over je kind

Op regelmatige tijdstippen krijgen de kinderen hun rapport mee naar huis.Dit rapport geeft de resultaten van de toetsen over de verschillende vakken en toont de schoolvorderingen van je kind. De toetsen worden systematisch mee naar huis gegeven zodat ouders deze kunnen inkijken en ondertekenen. Op die manier proberen wij ouders voortdurend op de hoogte te houden. Het muzisch rapport geeft een beoordeling voor de muzische vakken, het sportrapport voor de bewegingslessen en het vaardigheidsrapport voor het gedrag en de houding, de sociale vaardigheden en het leren leren.

De rapporten worden uitgedeeld:

          • in het eerste trimester : half november voor het 1ste lj begin december voor de andere leerjaren
          • in het tweede trimester : half maart
          • in het derde trimester : eind juni

De ouders krijgen tweemaal per schooljaar (november/december en juni)
de gelegenheid om de rapporten persoonlijk af te halen. Voor de leerlingen van
het eerste leerjaar worden drie oudercontacten voorzien (november, maart en juni).
Wij zijn ervan overtuigd dat het contact tussen de leerkracht en de ouders van groot belang is in het opvoedingsproces van je kind.
De ervaring leert ons dat de grootste oorzaak van problemen het gebrek aan informatie is. Daarom vragen wij met aandrang dat je op de voorziene oudercontacten aanwezig bent!

Hoe rapporteren we ?
De indeling van het rapport is aangepast aan de leergebieden en leerdomeinen
van elk leerjaar. Driemaal per schooljaar (december, paasvakantie en zomervakantie) maakt de
leerkracht aan de hand van de verzamelde toetsresultaten het schoolrapport .
De leerkracht maakt hierbij gebruikt van een puntensysteem: het resultaat van de toets, de mediaan van de resultaten van de gemaakte toetsen en het totaalprocent per vak. Op het muzisch rapport krijgt uw kind een waardering voor zijn muzische prestaties binnen de domeinen beeld, muziek, drama, muzisch taalgebruik en media. De leerkracht evalueert de vakoverschrijdende items “gedrag en houding”, “leren leren” en “sociale vaardigheden” op het vaardigheidsrapport aan de hand van een waardering. Deze waarderingen leidt de leerkracht af uit observaties, ervaringen of (eveneens) toetsmomenten.

Daarnaast evalueert de leerkracht bewegingsopvoeding binnen zijn vak:
a) vaardigheden en techniek,
b) attitudes.

15 LEERLINGENEVALUATIE

Wij vinden het belangrijk dat kinderen goed worden opgevolgd en geëvalueerd en dit betekent meer dan alleen maar punten geven. We kijken naar het kind in zijn totale ontwikkeling waarbij het  welbevinden, de betrokkenheid en de competenties belangrijk zijn.

 

15.1 Kindvolgsysteem

De aandacht gaat uit naar het welbevinden van een kind (de mate waarin het kind zich goed voelt op school), de betrokkenheid (de mate waarmee het gedreven en geconcentreerd met klasactiviteiten omgaat) en de groei van zijn competenties (de inzichten en vaardigheden waarover de kleuter beschikt).  De kleuterleidsters gaan dit na door middel van observaties en klasscreenings.  Men zal dus van elk kind aanduiden hoe het met de betrokkenheid, het welbevinden en de competenties zit. Kleuters die hierop laag scoren, worden weerhouden en besproken.  Op basis van deze bevindingen kijkt men hoe de kleuter het best kan worden begeleid om zijn ontwikkeling op gang te helpen.

 

15.2 Het digitaal leerlingvolgsysteem (LVS)

Vanaf de lagere school spreken we van een leerlingvolgsysteem.  We blijven aandacht hebben voor welbevinden, betrokkenheid, competenties, concentratie en werkhouding .  Daarnaast worden resultaten opgenomen van objectieve toetsen voor taal en wiskunde die de mogelijkheid bieden om alle leerlingen systematisch  te evalueren en om hen te volgen over een lange onderwijsperiode.

 

15.3 Rapporteren van gesprekken

Naast observaties, toetsresultaten, screenings (welbevinden, betrokkenheid en competenties –3 maal per schooljaar), verslagen, enz. rapporteren wij ook contacten, gesprekken met ouders en/of externe diensten.  Kortom, alle nuttige informatie die ons kan helpen om een kind zo goed mogelijk te volgen in zijn/haar ontwikkeling, nemen wij op in het digitaal dossier en dit alles in het belang van het kind en zijn of haar hulpvraag.

 

15.4 Toetsen in het kleuteronderwijs

Kleuters worden vooral geëvalueerd aan de hand van observaties. Voor de 5-jarige kleuters worden objectieve toetsen selectief afgenomen in februari en juni.

 

15.5 Toetsen in de lagere school

Op regelmatig gespreide tijdstippen controleert de leerkracht of de leerlingen de aangebrachte leerstof van een leergebied of een leerdomein voldoende begrijpen en kunnen toepassen.  Dit kan op verscheidene manieren gebeuren: via een schriftelijke toets, een mondelinge toets (bv. spreekbeurten, drama, bepaalde delen van Frans, bepaalde delen van wiskunde, …) via een controle van het dagelijkse werk, via observatie (screening welbevinden, betrokkenheid en competenties,… ) Enkel de basisleerstof wordt getoetst, zowel voor de kennis als voor de vaardigheden.  Deze gegevens verzamelt de leerkracht in een digitaal systeem. De gemaakte toetsen of taken gaan zo vlug mogelijk mee naar huis.  Op deze manier krijgen de ouders op korte termijn een kijk op de vorderingen van hun kind.

 

15.6 Zelfevaluatie

Zelfevaluatie voor welbevinden, betrokkenheid en competenties gebeurt op regelmatige basis.

 

15.7 Eindevaluatie

De eindevaluatie gebeurt aan de hand van objectieve toetsen wiskunde, spelling en lezen van eindeschooljaar, eindtoetsen en IDP (interdiocesane proefwerken).  De resultaten staan in het digitaal dossier.  Alle leerlingen worden op het einde van het schooljaar tijdens de overgangsbespreking besproken.  Op deze bespreking zijn de klasleerkracht, de leerkracht van het volgende leerjaar, de zorgleerkracht en de directeur aanwezig.

 

16 LEERLINGENBEGELEIDING

Als school hebben wij de opdracht om voor elke leerling in kwaliteitsvolle leerlingenbegeleiding te voorzien. Dit doen wij door vanuit de persoonsgebonden ontwikkeling voor elk kind actief in te zetten op leren en studeren, onderwijsloopbaanbegeleiding, psychisch en sociaal functioneren en preventieve gezondheidszorg. Via ons zorg-en gelijke kansenbeleid besteedt elke leerkracht bijzondere zorg aan de ontwikkeling en begeleiding van kinderen die kansen dreigen te missen door hun maatschappelijke kwetsbaarheid of hun specifieke onderwijsbehoeften.

Zowel ouders, kinderen als het hele schoolteam worden hierbij betrokken en werken vanuit hun perspectief hieraan mee.

 

17 REVALIDATIE / LOGOPEDIE TIJDENS DE LESTIJDEN (zie punt 21.4.6 infobrochure onderwijsregelgeving)

Er zijn twee situaties waardoor een kind afwezig kan zijn omwille van revalidatie tijdens de lestijden:

  • revalidatie na ziekte of ongeval (max. 150 minuten per week, verplaatsingen inbegrepen);
  • behandeling van een stoornis die is vastgelegd in een officiële diagnose (Max. 150 minuten per week, verplaatsingen inbegrepen).

Ouders moeten toestemming vragen aan de directeur om hun kind revalidatie te laten volgen tijdens de lestijden. Deze regeling is alleen van toepassing voor een leerplichtige leerling.

Om een beslissing te kunnen nemen om revalidatie na ziekte of ongeval toe te staan, moet de school over een dossier beschikken dat minstens de volgende elementen bevat:

  • een verklaring van de ouders waaruit blijkt dat de revalidatie tijdens de lestijden moet plaatsvinden;
  • een medisch attest waaruit de noodzakelijkheid, de frequentie en de duur van de revalidatie blijkt;
  • een advies van het CLB, geformuleerd na overleg met klassenraad en ouders, dat motiveert waarom de revalidatie tijdens de lestijden vereist is;
  • een toestemming van de directeur voor een periode die de duur van de behandeling, vermeld in het medisch attest, niet kan overschrijden.

Om een beslissing te kunnen nemen om revalidatie als behandeling van een stoornis die is vastgelegd in een officiële diagnose (bv. dyslexie of dyscalculie) toe te staan, moet de school over een dossier beschikken dat minstens de volgende elementen bevat:

  • een bewijs van de diagnose of (wegens de privacy) een verklaring van het CLB dat het een stoornis betreft die is vastgelegd in een officiële diagnose;
  • een verklaring van de ouders waaruit blijkt dat de revalidatie tijdens de lestijden moet plaatsvinden;
  • een advies van het CLB, geformuleerd na overleg met klassenraad en ouders. Dat advies moet motiveren waarom de problematiek van de leerling van die aard is dat het wettelijk voorziene zorgbeleid van een school daarop geen antwoord kan geven en dat de revalidatietussenkomsten niet beschouwd kunnen worden als schoolgebonden aanbod;
  • een samenwerkingsovereenkomst tussen de school en de revalidatieverstrekker over de manier waarop de revalidatie het onderwijs voor de leerling in kwestie zal aanvullen en de manier waarop de informatie-uitwisseling zal verlopen. De revalidatieverstrekker bezorgt op het einde van elk schooljaar een evaluatieverslag aan de directie van de school en van het CLB, met inachtneming van de privacywetgeving waaraan hij onderworpen is;
  • een toestemming van de directeur, die jaarlijks vernieuwd en gemotiveerd moet worden, rekening houdend met het evaluatieverslag van de revalidatieverstrekker.

De directeur van de school neemt, op basis van de verzamelde documenten, de uiteindelijke beslissing of de revalidatie tijdens de lestijden kan plaatsvinden of niet. Deze beslissing wordt door de school aan de ouders meegedeeld.

18 PRIVACY(zie punt 21.10 infobrochure onderwijsregelgeving)

18.1 Welke informatie houden we over je bij?

Op onze school gaan we zorgvuldig om met de privacy van onze leerlingen. We verzamelen doorheen de schoolloopbaan van je kind heel wat gegevens, zoals bij de inschrijving. We vragen alleen gegevens van je kind op als dat nodig is voor de leerlingenadministratie en –begeleiding. Bij sommige aspecten van de leerlingbegeleiding hebben we je uitdrukkelijke toestemming nodig.

De gegevens van je kind verwerken we hierbij met Broekx. We maken met de softwareleveranciers afspraken over het gebruik van die gegevens. De leveranciers mogen de gegevens niet gebruiken voor eigen commerciële doeleinden.

De gegevens van je kind worden digitaal bewaard en veilig opgeslagen. We zien er op toe dat niet iedereen zomaar toegang heeft tot die gegevens. De toegang is beperkt tot de personen die betrokken zijn bij de begeleiding van je kind, zoals de klassenraad, het CLB en de ondersteuner.

Om gepast te kunnen optreden bij risicosituaties, kunnen we uitzonderlijk ook gegevens over de gezondheidstoestand van je kind verwerken, maar dat gebeurt enkel met je schriftelijke toestemming. Je kan je toestemming altijd intrekken.

Als je vragen hebt over de privacy rechten van je kind, kan je contact opnemen met de directeur.

18.2  Overdracht van leerlingengegevens bij schoolverandering

Bij een schoolverandering worden leerlingengegevens overgedragen aan de nieuwe school onder de volgende voorwaarden: de gegevens hebben enkel betrekking op de leerlingspecifieke onderwijsloopbaan en de overdracht gebeurt enkel in het belang van de persoon op wie de onderwijsloopbaan betrekking heeft. Als ouder kan je deze gegevens – op je verzoek – inzien. Je kan je tegen de overdracht van deze gegevens verzetten, voor zover de regelgeving de overdracht niet verplicht stelt. Je brengt de directeur binnen de tien kalenderdagen na de schoolverandering hiervan schriftelijk op de hoogte.

Gegevens die betrekking hebben op schending van leefregels door je kind zijn nooit tussen scholen overdraagbaar. We zijn decretaal verplicht een kopie van een gemotiveerd verslag of een verslag aan de nieuwe school door te geven.

18.3 Publicatie van beeld- of geluidsopnames (foto’s, filmpjes …)

We publiceren geregeld beeld- of geluidsopnames van leerlingen op onze website, in de schoolkrant en dergelijke. Met die opnames willen we geïnteresseerden op school en daarbuiten op een leuke wijze informeren over onze activiteiten. De personen die de opnames maken, zullen dat steeds doen met respect voor wie op die beelden staat. We letten erop dat de opnames niet aanstootgevend zijn.

Bij het begin van de schoolloopbaan van je kind vragen we jou om toestemming voor het maken en publiceren van deze beeld- of geluidsopnames. Jouw toestemming die we via een toestemmingsformulier vragen, blijft in principe voor de hele schoolloopbaan van je kind gelden. Enkel indien we de beeld – of geluidsopnames voor een ander doel gebruiken dan we eerder aan jou hebben gevraagd, vragen we opnieuw jouw toestemming. Ook al heb je toestemming gegeven, je kan altijd jouw toestemming nog intrekken. Je kan hiervoor contact opnemen met de directeur.

We wijzen erop dat deze privacyregels ook voor je kind gelden. Volgens de privacyregelgeving mag je beeld- of geluidsopnames waarop medeleerlingen, personeelsleden van de school of andere personen herkenbaar zijn, niet publiceren of doorsturen tenzij je de uitdrukkelijke toestemming hebt van alle betrokkenen.

Op school mogen enkel personeelsleden of personen die daarvoor een opdracht hebben gekregen, bv. de schoolfotograaf, beeld- of geluidsopnames maken.

18.4 Recht op inzage, toelichting en kopie

Je kan als ouder ook zelf gegevens opvragen die we over je kind bewaren. Je kan inzage krijgen in en uitleg bij die gegevens. Ook kan je een (digitale) kopie ervan vragen. Dat kan door schriftelijk contact op te nemen met de directeur. We kunnen geen gegevens doorgeven die betrekking hebben op anderen, zoals medeleerlingen.

18.5 Bewakingscamera’s

Wij kunnen gebruik maken van bewakingscamera’s. De plaatsen die onder camerabewaking staan worden duidelijk aangeduid met een pictogram. Als je kind gefilmd werd, mag je vragen om die beelden te zien. Je geeft hierbij voldoende gedetailleerde aanwijzingen. Zo kunnen we de betrokken beelden vlot vinden.

19 PARTICIPATIE

19.1 Schoolraad

Een schoolraad is verplicht in iedere school. Ze bestaat uit 3 geledingen (oudergeleding, personeelsgeleding en lokale gemeenschap) en heeft een aantal overlegbevoegdheden evenals een informatie-en communicatierecht ten opzichte van de school en omgekeerd. Zij wordt samengesteld voor een periode van vier jaar.

De schoolraad bepaalt zelf in haar huishoudelijk reglement op welke wijze nieuwe leden kunnen toetreden tijdens de lopende mandaatperiode.

In onze school wordt de schoolraad samengesteld uit vertegenwoordigers aangeduid door de onderliggende ouderraad en pedagogische raad. De leden van de lokale gemeenschap worden vervolgens gekozen door de twee voornoemde geledingen.

19.2 Ouderraad

De oprichting van een ouderraad is verplicht wanneer ten minste tien procent van de ouders erom vraagt, voor zover dit percentage ten minste drie ouders betreft. De ouderraad heeft een informatierecht en adviesbevoegdheid ten aanzien van het schoolbestuur.

De ouderraad bepaalt zelf in haar huishoudelijk reglement op welke wijze nieuwe leden kunnen toetreden tijdens de lopende mandaatperiode.

Na kandidaatstelling wordt een ouder lid van de ouderraad.

20. KLACHTENREGELING

Wanneer je ontevreden bent met beslissingen, handelingen of gedragingen van ons schoolbestuur of zijn personeelsleden, of met het ontbreken van bepaalde beslissingen of handelingen, dan kan je contact opnemen met de directeur/voorzitter schoolbestuur.

Samen met jou zoeken we dan naar een afdoende oplossing. Als dat wenselijk is, kunnen we in onderling overleg een beroep doen op een professionele conflictbemiddelaar om via bemiddeling tot een oplossing te komen.

Als deze informele behandeling niet tot een oplossing leidt die voor jou volstaat, dan kan je je klacht in een volgende fase voorleggen aan de Klachtencommissie. Deze commissie is door Katholiek Onderwijs Vlaanderen aangesteld om klachten van leerlingen en ouders over gedragingen en beslissingen dan wel het nalaten van gedragingen en het niet nemen van beslissingen van/door hun schoolbestuur, formeel te behandelen. Voor het indienen van een klacht moet je een brief sturen naar het secretariaat van de Klachtencommissie. Het correspondentieadres is:

Klachtencommissie Katholiek Onderwijs Vlaanderen
t.a.v. de voorzitter van de Klachtencommissie
Guimardstraat 1
1040 Brussel

Je klacht kan tevens worden ingediend per e-mail via klachten@katholiekonderwijs.vlaanderen of via het daartoe voorziene contactformulier op de website van de Klachtencommissie http://klachten.katholiekonderwijs.vlaanderen

De commissie zal de klacht enkel inhoudelijk behandelen als ze ontvankelijk is, dat wil zeggen als ze aan de volgende voorwaarden voldoet:

  • de klacht moet betrekking hebben op feiten die niet langer dan 6 maanden geleden hebben plaatsgevonden. We rekenen vanaf de laatste gebeurtenis waarop de klacht betrekking heeft.
  • de klacht mag niet anoniem zijn. Omdat de klachtencommissie een klacht steeds onbevooroordeeld en objectief behandelt, betrekt ze alle partijen, dus ook het schoolbestuur.
  • de klacht mag niet gaan over een feit of feiten die de klachtencommissie al heeft behandeld.
  • de klacht moet eerst aan het schoolbestuur zijn voorgelegd. De ouders moeten hun klacht ten minste hebben besproken met de contactpersoon die hierboven staat vermeld én het schoolbestuur de kans hebben gegeven om zelf op de klacht in te gaan.
  • de klacht moet binnen de bevoegdheid van de Klachtencommissie vallen. De volgende zaken vallen niet onder haar bevoegdheid:
  • klachten over feiten die het voorwerp uitmaken van een gerechtelijke procedure (bv. die betrekking hebben over een misdrijf);
  • klachten die betrekking hebben op het algemeen beleid van de overheid of op de geldende decreten, besluiten, ministeriële omzendbrieven of reglementen;
  • klachten die uitsluitend betrekking hebben op de door het schoolbestuur al dan niet genomen maatregelen in het kader van zijn ontslag-, evaluatie-, of tuchtbevoegdheid t.a.v. personeelsleden;
  • klachten waarvoor al een specifieke regeling en/of behandelende instantie bestaat (bv. over inschrijvingen, de bijdrageregeling, de definitieve uitsluiting, een evaluatiebeslissing …).

Het verloop van de procedure bij de Klachtencommissie is vastgelegd in het huishoudelijk reglement dat beschikbaar is via http://klachten.katholiekonderwijs.vlaanderen.

De Klachtencommissie kan een klacht enkel beoordelen. Zij kan het schoolbestuur een advies bezorgen, maar geen bindende beslissingen nemen. De uitkomst van deze klachtenregeling heeft dan ook geen juridisch effect. De eindverantwoordelijkheid ligt steeds bij het schoolbestuur. Tegen een advies van de Klachtencommissie kan niet in beroep worden gegaan.

Bij een klacht verwachten we van alle betrokkenen steeds de nodige discretie en sereniteit.

21. INFOBROCHURE ONDERWIJSREGELGEVING

De school stelt jou als ouder bij inschrijving in kennis van de ‘infobrochure onderwijsregelgeving’. Dat document biedt een overzicht van de relevante regelgeving met betrekking tot de items die opgenomen zijn in dit schoolreglement.

Een actuele digitale versie van het document is beschikbaar op de website van de school. De inhoud van de infobundel kan te allen tijde gewijzigd worden zonder je instemming. Bij elke wijziging van de inhoud van de bundel, verwittigt de school jou via brief.
Op jouw verzoek ontvang je een papieren versie van het document.

21.1 Definities

Schoolstructuur :

school: pedagogisch geheel waar onderwijs georganiseerd wordt onder leiding van één directeur.
basisschool: omvat een kleuterniveau en een niveau lager onderwijs.
autonome kleuterschool: omvat alleen het niveau kleuteronderwijs.
autonome lagere school: omvat alleen het niveau lager onderwijs.
vestigingsplaats: gebouw of gebouwencomplex waarin een school of een gedeelte van een school gehuisvest is.

Schoolorganisatie

schooljaar: de periode van 1 september tot en met 31 augustus.
schoolbestuur: de rechtspersoon of de natuurlijke persoon die verantwoordelijk is voor één of meer scholen.
scholengemeenschap: samenwerkingsverband tussen meerdere scholen.
klassenraad: team van personeelsleden dat onder leiding van de directeur of zijn afgevaardigde samen de verantwoordelijkheid draagt of zal dragen voor de begeleiding van en het onderwijs aan een bepaalde leerlingengroep of individuele leerling.
schoolraad : Orgaan met advies- en overlegbevoegdheid samengesteld uit vertegenwoordigers van ouders, personeel en lokale gemeenschap. De schoolraad heeft rechten en plichten inzake informatie en communicatie.
leerlingenraad : Orgaan met adviesbevoegdheid samengesteld uit vertegenwoordigers van de leerlingen. De leerlingenraad heeft rechten en plichten inzake informatie en communicatie. De wijze waarop de leerlingenraad wordt samengesteld wordt bepaald in het schoolreglement.
ouderraad : Orgaan met adviesbevoegdheid samengesteld uit vertegenwoordigers van de ouders. De ouderraad heeft rechten en plichten inzake informatie en communicatie.
pedagogische raad : Orgaan met adviesbevoegdheid samengesteld uit vertegenwoordigers van het personeel. De pedagogische raad heeft rechten en plichten inzake informatie en communicatie.
extra-murosactiviteiten: activiteiten die plaats vinden buiten de schoolmuren en georganiseerd worden voor één of meer leerlingengroepen. Activiteiten die volledig buiten de schooluren georganiseerd worden, vallen hier niet onder.

21.2 Centrum leerlingenbegeleiding (CLB)

Het centrum voor leerlingenbegeleiding (CLB) heeft als opdracht om leerlingen te begeleiden in hun functioneren op school en in de maatschappij. Die begeleiding van leerlingen situeert zich op vier domeinen:

  • het leren en studeren;
  • de onderwijsloopbaan;
  • de preventieve gezondheidszorg;
  • het psychisch en sociaal functioneren.
21.2.1 Relatie tussen CLB en school

De school en het CLB maken afspraken over de schoolspecifieke samenwerking en leggen die vast. Die samenwerkingsafspraken zijn met de ouders besproken in de schoolraad.

Het CLB werkt vraaggestuurd vertrekkende van vastgestelde noden, vragen van de leerling, de ouders of de school. Als de school aan het CLB vraagt om een leerling te begeleiden, zal het CLB een begeleidingsvoorstel doen naar de leerling. Het CLB zet de begeleiding slechts voort als de ouders van de leerling hiermee instemmen. Een minderjarige leerling kan zelf instemmen als hij voor zichzelf kan inschatten wat goed voor hem is (= bekwame leerling). Vanaf de leeftijd van 12 jaar vermoedt de regelgever dat een kind voldoende competent is om zelfstandig te beslissen of hij/zij wil instemmen met de CLB-begeleiding.

De school heeft recht op begeleiding door het CLB. Het CLB kan bepaalde problemen of onregelmatigheden in het beleid van de school signaleren en de school op de hoogte brengen van bepaalde behoeften van leerlingen. Daarnaast biedt het CLB versterking aan de school bij problemen van individuele leerlingen of een groep leerlingen.

Het CLB deelt relevante informatie die over de leerlingen in de school aanwezig is en de school deelt relevante informatie over de leerlingen in begeleiding. Leerlingen of de ouders van een niet-bekwame leerling dienen hun toestemming te geven bij het doorgeven van informatie verzameld door het CLB. De school en het CLB houden allebei bij het doorgeven en het gebruik van deze informatie rekening met de geldende regels inzake het ambts- en beroepsgeheim, de deontologie en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

21.2.2 Relatie tussen CLB, de leerlingen en hun ouders

Leerlingen en ouders kunnen het CLB ook rechtstreeks om hulp vragen. Het CLB werkt gratis en discreet. Het CLB, de school en de ouders dragen een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de begeleiding van een leerling.

Leerlingen en ouders kunnen zich niet verzetten tegen:

  • De begeleiding van leerlingen die spijbelen. Als de betrokken ouders niet ingaan op de initiatieven van het CLB, meldt het CLB dit aan de door de Vlaamse regering aangeduide instantie;
  • De uitvoering van een systematisch contact en/of preventieve gezondheidsmaatregelen i.v.m. besmettelijke ziekten. De ouders of de leerling vanaf 12 jaar kunnen zich verzetten tegen het uitvoeren van een systematisch contact door een bepaalde medewerker van het CLB. Binnen een termijn van negentig dagen dient de persoon die verzet aantekent, het verplichte systematische contact te laten uitvoeren door een andere medewerker van hetzelfde CLB, een medewerker van een ander CLB of een andere medewerker buiten het CLB die beschikt over het nodige bekwaamheidsbewijs. In dat laatste geval betaal je als ouder wel zelf de kosten. De leerling of zijn ouders bezorgen binnen vijftien dagen na de datum van het systematisch contact hiervan een verslag aan de bevoegde CLB-arts van het CLB dat onze school begeleidt.
  • de hoger vermelde signaalfunctie en de ondersteuning van het CLB aan de leraren op school bij problemen van individuele leerlingen of een groep leerlingen.

Het CLB maakt zijn werking bekend aan de ouders. Dat gebeurt minstens op het ogenblik dat de leerling voor de eerste keer wordt ingeschreven in de school. Ouders krijgen informatie over de rechten en plichten van ouders, leerlingen, de school en het CLB.

Als een leerling van school verandert, behoudt het CLB zijn bevoegdheid en verantwoordelijkheid ten aanzien van die leerling tot de leerling is ingeschreven in een school die door een ander CLB wordt bediend.

Als een leerling voor een bepaalde periode niet ingeschreven is in de school, behoudt het CLB zijn bevoegdheid en verantwoordelijkheid ten aanzien van die leerling tot het einde van de periode van niet-inschrijving.

21.2.3 Het multidisciplinair dossier

Het CLB maakt voor elke leerling één multidisciplinair dossier aan van zodra een leerling een eerste keer is ingeschreven in een school. Het multidisciplinair dossier van de leerling bevat alle voorhanden zijnde gegevens die over de leerling op het CLB aanwezig zijn. Welke gegevens dit zijn, waarom en op welke rechtsgrond het CLB deze bewaart, wat er met die gegevens gebeurt, en welke rechten je hebt in verband met deze gegevens, vind je bij het CLB. Er bestaat maar één CLB-dossier en dit dossier is in principe een ondeelbaar geheel. Daarom wordt het bij verandering van school in één zending overgemaakt. Elk CLB is eraan gehouden de ouders of de leerling te informeren over het doorgeven van het dossier.

Als een leerling van school verandert en onder toezicht van een ander CLB komt te staan, is het CLB dat de vorige school begeleidt, ervoor verantwoordelijk dat het CLB-dossier de leerling volgt. Ouders of de bekwame leerling kunnen hier verzet tegen aantekenen. Er wordt een wachttijd van 10 werkdagen gerespecteerd na het informeren van de ouders of de leerling. De ouders of de leerling kunnen afzien van die wachttijd. Er kan binnen die 10 werkdagen verzet aangetekend worden tegen het overmaken van de niet-verplichte gegevens uit het dossier. Er kan geen verzet aangetekend worden tegen de overdracht van volgende gegevens: identificatiegegevens, gegevens in het kader van de verplichte begeleiding van leerlingen met leerplichtproblemen en gegevens in het kader van de systematische contacten.

Indien er verzet wordt aangetekend, verzendt het vorige CLB enkel de verplicht over te dragen gegevens samen met een kopie van het verzet. Het bewaart de gegevens waartegen verzet werd aangetekend tot 10 jaar na het laatste contact. Alle informatie over hoe het CLB omgaat met de persoonsgegevens in het multidisciplinair dossier vind je bij het CLB. Als je daarover vragen hebt, kan je contact opnemen met het CLB.

21.3 Inschrijvingen en toelatingen van leerlingen

21.3.1 Toelatingsvoorwaarden

Een inschrijving kan pas gerealiseerd worden na instemming met het schoolreglement en het pedagogisch project van de school. Het schoolreglement wordt schriftelijk of via elektronische drager aangeboden en de ouders moeten er zich schriftelijk akkoord mee verklaren. Het schoolbestuur vraagt of de ouders een papieren versie van het schoolreglement wensen te ontvangen.

Bij de inschrijving dient een officieel document te worden voorgelegd dat de identiteit van het kind bevestigt en de verwantschap aantoont (bv. het trouwboekje, het geboortebewijs, een identiteitsstuk van het kind zoals een bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister, een reispas). De inschrijving van een leerling geldt voor de duur van de hele schoolloopbaan in de school, tenzij de ouders zich niet akkoord verklaren met een wijziging van het schoolreglement en in een beperkt aantal andere gevallen (zie verder).

Alle kleuters en leerlingen worden op de datum van de inschrijving opgenomen in het inschrijvings-register. Zij worden slechts éénmaal ingeschreven volgens chronologie.

21.3.1.1 Verlengd verblijf in kleuteronderwijs

In het gewoon onderwijs kan een leerling die 6 jaar wordt voor 1 januari van het lopende schooljaar nog één schooljaar tot het kleuteronderwijs toegelaten worden. In dit geval is de leerling onderworpen aan de controle op de leerplicht. Na kennisneming van en toelichting bij het advies van de klassenraad en van het CLB nemen de ouders daaromtrent een beslissing.
Voor leerplichtige leerlingen die nog geen kleuteronderwijs volgende, is enkel een advies van een CLB vereist.

21.3.1.2 Naar de lagere school

In september van het jaar waarin het kind 6 jaar wordt, is het leerplichtig en wettelijk verplicht om les te volgen. Ook wanneer het op die leeftijd nog in het kleuteronderwijs blijft, is het dus net als elk ander leerplichtig kind onderworpen aan de controle op het regelmatig schoolbezoek. Voor leerplichtige leerlingen in het basisonderwijs is de leerplicht voltijds.

De leerlingen zijn verplicht om alle lessen en activiteiten van hun leerlingengroep te volgen. Om gezondheidsredenen kunnen er, in samenspraak met de directeur, eventueel aanpassingen gebeuren (zie punt 4 Afwezigheden).

Om toegelaten te worden tot het gewoon lager onderwijs moet een leerling zes jaar zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar. Als hij nog niet de leeftijd van zeven jaar heeft bereikt of zal bereiken voor 1 januari van het lopende schooljaar, moet hij bovendien aan een van de volgende voorwaarden voldoen:

1°  Het voorgaande schooljaar ingeschreven zijn geweest in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende Nederlandstalige school voor kleuteronderwijs en gedurende die periode gedurende ten minste 250 halve dagen aanwezig zijn geweest;

2°  Toegelaten zijn door de klassenraad. De beslissing omtrent de toelating wordt aan de ouders meegedeeld uiterlijk de tiende schooldag van september bij inschrijving vóór 1 september van het lopende schooljaar, of, bij inschrijving vanaf 1 september, uiterlijk tien schooldagen na deze inschrijving.
In afwachting van deze mededeling is de leerling ingeschreven onder opschortende voorwaarde.
Bij overschrijding van de genoemde termijn is de leerling ingeschreven.
De schriftelijke mededeling aan de ouders van een negatieve beslissing bevat tevens de motivatie.

Een leerling die 5 jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar kan in het lager onderwijs toegelaten worden na advies van het CLB en na toelating door de klassenraad. De ouders nemen daartoe de beslissing. Deze leerlingen zijn onderworpen aan de leerplicht.

Een leerling die 7 jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar, heeft automatisch toegang tot het lager onderwijs. De vereiste van voldoende aanwezigheid in het kleuteronderwijs of toelating door de klassenraad is op deze leerling niet van toepassing.

21.3.1.3 Verlengd verblijf in het lager onderwijs

Een leerling die het getuigschrift basisonderwijs behaalt, kan geen lager onderwijs meer volgen tenzij de klassenraad dit toelaat. Een getuigschrift kan uitgereikt worden aan leerlingen die vóór 1 januari van het lopende schooljaar acht jaar geworden zijn.

Een leerling die 14 jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar, kan nog één schooljaar het lager onderwijs volgen na gunstig advies van de klassenraad en een advies van het CLB. Na kennisneming van en toelichting bij de adviezen van de klassenraad en van het CLB nemen de ouders daaromtrent een beslissing.

Een leerling die 15 jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar kan niet meer toegelaten worden tot het lager onderwijs.

21.3.2 Weigeren/ontbinden en beëindigen van een inschrijving

Ouders hebben het recht om hun kind in te schrijven in de school van hun keuze. Toch kan de school een leerling weigeren onder bepaalde omstandigheden.

21.3.2.1 Weigeren
  • Het schoolbestuur weigert leerlingen die niet aan de toelatingsvoorwaarden voldoen.
  • Het schoolbestuur weigert leerlingen die tijdens het schooljaar van school veranderen als deze inschrijving tot doel heeft of er in de feiten toe leidt dat de betrokken leerling in dat schooljaar afwisselend naar verschillende scholen zal gaan (co-schoolschap).
  • Een schoolbestuur kan de inschrijving weigeren in een school waar de betrokken leerling het lopende, het vorige of het daaraan voorafgaande schooljaar definitief werd uitgesloten.
  • Elk schoolbestuur moet per school, vestigingsplaats, niveau lager en kleuter een capaciteit Het schoolbestuur kan er voor kiezen om de capaciteit ook per leerjaar of geboortejaar vast te leggen. Wanneer deze capaciteit wordt overschreden, moet het schoolbestuur de leerling weigeren.
  • Het schoolbestuur moet leerlingen weigeren als een bijkomende inschrijving na de start van de inschrijvingen voor volgend schooljaar er toe zou leiden dat de capaciteit, voor dat volgend schooljaar overschreden zou worden.
21.3.2.2 Ontbinden

Wanneer tijdens de schoolloopbaan de nood aan aanpassingen voor een leerling wijzigt en de vastgestelde onderwijsbehoeften van die aard zijn dat voor de leerling een verslag of een gewijzigd verslag nodig is, organiseert de school een overleg met de klassenraad, de ouders en het CLB en beslist op basis daarvan en nadat het verslag werd afgeleverd of gewijzigd, om de leerling op vraag van de ouders studievoortgang te laten maken op basis van een individueel aangepast curriculum of om de inschrijving van de leerling voor het daaropvolgende schooljaar te ontbinden.

21.3.2.3 Beëindigen

Bij elke wijziging van het schoolreglement informeert het schoolbestuur de ouders schriftelijk of via elektronische drager over die wijziging en geven de ouders opnieuw schriftelijk akkoord. Indien de ouders zich met de wijziging niet akkoord verklaren, dan wordt aan de inschrijving van het kind een einde gesteld op 31 augustus van het lopende schooljaar.

21.4 Afwezigheden

De regelgeving op afwezigheden is van toepassing op leerplichtige kinderen in het gewoon basisonderwijs. De regelgeving is ook van toepassing op leerlingen die, wegens verlengd kleuterschoolbezoek, op zesjarige leeftijd nog in het kleuteronderwijs zitten. Zij zijn op basis van hun leeftijd leerplichtig. Ook leerlingen die reeds op vijfjarige leeftijd zijn overgestapt naar het lager onderwijs vallen onder de reglementering.

Niet-leerplichtige leerlingen in het kleuteronderwijs kunnen niet onwettig afwezig zijn, aangezien ze niet onderworpen zijn aan de leerplicht en dus niet steeds op school moeten aanwezig zijn.

Het is belangrijk dat kleuters regelmatig naar school komen. Het is in het belang van je kind om het elke dag naar school te sturen. Kinderen die lessen en activiteiten missen, lopen meer risico op achterstand. Zij worden ook minder goed opgenomen in de leerlingengroep. De school moet het aantal dagen dat een kind ongewettigd afwezig is doorgeven aan de overheid. Kleuters die onvoldoende dagen naar school komen kunnen hun studietoeslag verliezen en ook de toegang tot het lager onderwijs is afhankelijk van het aantal dagen dat het kind kleuteronderwijs volgde. We verwachten dan ook dat de ouders ook de afwezigheden van hun kleuter onmiddellijk melden.

21.4.1 Afwezigheden wegens ziekte

Voor ziekte tot en met drie opeenvolgende kalenderdagen volstaat een briefje van de ouders. Dergelijk briefje kan slechts vier keer per schooljaar door de ouders zelf geschreven worden. Vanaf de vijfde keer is een medisch attest vereist.
Is een kind méér dan drie opeenvolgende kalenderdagen ziek dan is steeds een medisch attest vereist. Dat attest kan afkomstig zijn van een geneesheer, een geneesheer-specialist, een psychiater, een tandarts, een orthodontist en de administratieve diensten van een ziekenhuis of een erkend labo. Consultaties (zoals bijvoorbeeld een bezoek aan de tandarts), moeten zoveel mogelijk buiten de schooluren plaatsvinden.
Wanneer een kind een chronische ziekte heeft die leidt tot verschillende afwezigheden zonder dat telkens een doktersconsultatie noodzakelijk is (bijv. astma, migraine,…) is het goed contact op te nemen met de school en het CLB. Het CLB kan dan een medisch attest opmaken dat de ziekte bevestigt. Wanneer een afwezigheid om deze reden zich dan effectief voordoet, volstaat een attest van de ouders.
Een medisch attest wordt beschouwd als twijfelachtig in volgende gevallen:
– het attest geeft zelf de twijfel van de geneesheer aan wanneer deze schrijft “dixit de patiënt”;
– het attest is geantedateerd of begin- en einddatum werden ogenschijnlijk vervalst;
– het attest vermeldt een reden die niets met de medische toestand van de leerling te maken heeft zoals bv. de ziekte van één van de ouders, hulp in het huishouden.

Dergelijke afwezigheden zijn problematische afwezigheden.

Medische attesten waarrond twijfel bestaat of die onaanvaardbaar zijn, worden best gesignaleerd aan de CLB-arts, die rekening houdend met de deontologische artsencode, deze zaak verder kan volgen.

21.4.2 Van rechtswege gewettigde afwezigheden

In volgende situaties kan een kind gewettigd afwezig zijn. De ouders moeten een document met officieel karakter (1 – 5) of een verklaring (6) kunnen voorleggen ter staving van de afwezigheid. Voor deze afwezigheden is geen voorafgaand akkoord van de directeur nodig. De ouders verwittigen de school vooraf van dergelijke afwezigheden.
1. het bijwonen van een begrafenis- of huwelijksplechtigheid van iemand die onder hetzelfde dak woont als het kind, of van een bloed- of aanverwant van het kind;
2. het bijwonen van een familieraad;
3. de oproeping of dagvaarding voor de rechtbank (bijvoorbeeld het hoorrecht van de leerling in het kader van een echtscheiding).

4. het onderworpen worden aan maatregelen in het kader van de bijzondere jeugdzorg (bijvoorbeeld opname in een onthaal-, observatie- en oriëntatiecentrum);
5. de onbereikbaarheid of ontoegankelijkheid van de school door overmacht (bijvoorbeeld door staking van het openbaar vervoer, door overstroming,…);
6. het vieren van een feestdag die hoort bij je geloof  (anglicaanse, islamitische, joodse, katholieke, orthodoxe, protestants-evangelische godsdienst)

Concreet gaat het over:
– islamitische feesten: het Suikerfeest en het Offerfeest ( telkens 1 dag);
– joodse feesten: het joods Nieuwjaar ( 2 dagen), de Grote Verzoendag (1 dag),het Loofhuttenfeest (2 dagen), het Slotfeest (2 laatste dagen), de Kleine Verzoendag (1 dag), het feest van Esther (1 dag), het Paasfeest (4 dagen), het Wekenfeest (2 dagen);
– orthodoxe feesten: Kerstfeest (2 dagen), voor de jaren waarin het orthodox Kerstfeest niet samenvalt met het katholiek Kerstfeest, Paasmaandag, Hemelvaart en Pinksteren voor de jaren waarin het orthodox Paasfeest niet samenvalt met het katholieke Paasfeest.

De katholieke feestdagen zijn reeds vervat in de wettelijk vastgelegde vakanties. De protestants-evangelische en de anglicaanse godsdienst hebben geen feestdagen die hiervan afwijken.
7. het actief deelnemen in het kader van een individuele selectie of lidmaatschap van een vereniging als topsportbelofte aan sportieve manifestaties. Het gaat over het kunnen deelnemen aan wedstrijden/tornooien of stages. De unisportfederatie dient een document af te leveren. Dit document is geldig voor één schooljaar en dient elk schooljaar vernieuwd te worden.

De afwezigheid kan maximaal 10 al dan niet gespreide halve schooldagen per schooljaar bedragen.

21.4.3 Afwezigheden waarvoor de toestemming van de directeur nodig is

Deze categorie afwezigheden verleent de school autonomie om in te spelen op specifieke situaties die niet altijd door de regelgeving op te vangen zijn.

Er wordt geen plafond opgelegd op het aantal gewettigde afwezigheden wegens persoonlijke redenen. De school is immers best geplaatst om rekening houdend met de lokale context en de individuele betrokken leerling een beslissing te nemen. De ouders dienen een aanvraag in, de directeur beslist en tegen zijn beslissing kunnen de ouders niet in beroep gaan. Het gaat hier om volgende afwezigheden:

  • afwezigheid wegens ‘persoonlijke redenen’ in echt uitzonderlijke omstandigheden;
  • rouwperiode bij een overlijden;
  • actieve deelname in het kader van een individuele selectie of lidmaatschap van een vereniging aan culturele en/of sportieve manifestaties, andere dan de 10 halve schooldagen waarop topsportbeloften recht hebben;
  • time-out-projecten.
21.4.4 Afwezigheden voor maximaal 6 lestijden per week voor topsport tennis, zwemmen en gymnastiek mits toestemming van de directie

Voor topsportbeloften die topsport beoefenen in de sporttakken tennis, zwemmen en gymnastiek en die een dermate zwaar trainingsschema volgen dat het niet volledig buiten de schooluren kan gegeven worden, kan een afwijking voorzien worden zodat de trainingen binnen én buiten de schooluren een harmonisch geheel vormen. Het uitgangspunt van de regelgeving op afwezigheden blijft dus dat alle leerplichtige leerlingen. Deze categorie afwezigheden kan slechts toegestaan worden voor maximaal 6 lestijden per week (verplaatsingen inbegrepen) en kan enkel als de school voor de betrokken topsportbelofte over een dossier beschikt dat volgende elementen bevat:

  • een gemotiveerde aanvraag van de ouders;
  • een verklaring van een bij de Vlaamse sportfederatie aangesloten sportfederatie;
  • een akkoord van de directie.
21.4.5 Afwezigheden van kinderen van binnenschippers, kermis- en circusexploitanten en -artiesten en woonwagenbewoners, om de ouders te vergezellen tijdens hun verplaatsingen (de zgn. ‘trekperiodes’)

Afwezigheden van deze kinderen zijn te beschouwen als gewettigde afwezigheden mits:

  • de ouders noodzakelijke verplaatsingen doen omwille van beroepsredenen;
  • de school tijdens de afwezigheid voor een vorm van onderwijs op afstand zorgt;
  • de school, maar ook de ouders, zich engageren dat er regelmatig contact is over het leren van het kind.

De afspraken over de modaliteiten aangaande het onderwijs op afstand en aangaande de communicatie tussen de school en de ouders worden vastgelegd in een overeenkomst tussen de directeur en de ouders.

21.4.6 Afwezigheden omwille van revalidatie tijdens de lestijden

De directeur kan de afwezigheid van een leerling toestaan voor revalidatie tijdens de lestijden voor specifieke situaties en dit gedurende 150 minuten per week, verplaatsing inbegrepen.

21.4.6.1 Na ziekte of ongeval

De school heeft een dossier met daarin:
– Een verklaring van de ouders waarom de revalidatie tijdens de lessen moet plaatsvinden.
– Een medisch attest met de frequentie en de duur van de revalidatie.
– Een advies van het CLB, na overleg met de klassenraad en de ouders.
– De toestemming van de directeur.

De 150 minuten kunnen uitzonderlijk overschreden worden mits een gunstig advies van de arts van het CLB, in overleg met de klassenraad en de ouders.

21.4.6.2 Een stoornis die vastgelegd is in een officiële diagnose

De school heeft een dossier met daarin:
– Een verklaring van de ouders waarom de revalidatie tijdens de lessen moet plaatsvinden.
– Een advies van het CLB, na overleg met de klassenraad en de ouders. Dit advies moet motiveren waarom het zorgbeleid van de school daarop geen antwoord kan geven en dat de revalidatietussenkomsten niet beschouwd kunnen worden als een schoolgebonden aanbod.
– Een samenwerkingsovereenkomst tussen de school en de revalidatieverstrekker over de manier waarop de revalidatie het onderwijs aanvult, en hoe de informatie-uitwisseling zal verlopen. De revalidatieverstrekker bezorgt op het einde van het schooljaar een evaluatieverslag aan de directie van de school en van het CLB.
– De toestemming van de directeur.

De 150 minuten kunnen uitzonderlijk overschreden worden voor leerplichtige kleuters (dit zijn de kinderen in het kleuteronderwijs die de leeftijd van zes jaar hebben bereikt) tot 200 minuten, verplaatsing inbegrepen mits een gunstig advies van het CLB, in overleg met de klassenraad en de ouders.

Voor leerlingen met een verslag die een individueel aangepast curriculum volgen, kan de afwezigheid maximaal 250 minuten per week bedragen, verplaatsing inbegrepen.

De verzekering van de leerlingen die tijdens de lestijden revalidatie krijgen, valt tijdens de periode van de therapie en de verplaatsingen niet ten laste van de schoolverzekering. De begeleiding van de leerling tijdens de verplaatsingen vallen niet ten laste van de school.

21.4.7 Problematische afwezigheden

Alle afwezigheden die niet opgesomd en gewettigd kunnen worden zoals hierboven beschreven, zijn te beschouwen als problematische afwezigheden. De school zal de ouders onmiddellijk contacteren bij elke problematische afwezigheid.

Vanaf vijf al dan niet gespreide halve lesdagen per schooljaar die als problematische afwezigheid zijn geregistreerd, moet de school het CLB contacteren, waarna zij samen beslissen of er onmiddellijk een begeleidingstraject wordt opgestart. De school houdt een dossier bij van het begeleidingstraject. School en CLB zullen in communicatie met de betrokken ouders een begeleidingsplan opstellen voor de betrokken ouders en hun kinderen.

21.5 Onderwijs aan huis

Leerlingen voor wie het door chronische ziekte of langdurige ziekte of ongeval tijdelijk onmogelijk is om onderwijs te volgen in hun school, hebben, onder voorwaarden, recht op 4 lestijden tijdelijk onderwijs aan huis per week, synchroon internetonderwijs of een combinatie van beiden.

21.5.1 Voorwaarden tijdelijk onderwijs aan huis (TOAH)

Bij langdurige ziekte of ongeval:

  • De leerling is meer dan 21 kalenderdagen ononderbroken afwezig wegens ziekte of ongeval (vakantieperiodes meegerekend).
  • De ouders hebben een aanvraag ingediend bij de directeur van de thuisschool. De aanvraag is vergezeld van een medisch attest waaruit blijkt dat het kind de school niet of minder dan halftijds kan bezoeken en dat het toch onderwijs mag volgen.
  • De afstand tussen de school (vestigingsplaats) en de verblijfplaats van betrokken leerling bedraagt ten hoogste 10 km.
  • Kinderen die na een ononderbroken afwezigheid van 21 kalenderdagen wegens ziekte of ongeval op weekbasis minder dan halftijds aanwezig kunnen zijn op school, blijven recht hebben op TOAH. TOAH en onderwijs op school kan in dit geval gecombineerd worden.
  • Bij noodgedwongen verlenging van de ziekteperiode of bij herval binnen de 3 maanden (vakantieperiodes niet meegerekend), moet het kind geen wachttijd van 21 opeenvolgende kalenderdagen doorlopen. Er is geen nieuwe aanvraag vereist. Wel is een medisch attest nodig om de nieuwe afwezigheid te wettigen.

Bij chronische ziekte:

  • De leerling heeft een chronische ziekte (ziekte waarbij een continue of repetitieve behandeling van minstens 6 maanden noodzakelijk is (bijvoorbeeld nierpatiëntjes, astmapatiëntjes,…))
  • De ouders dienen een aanvraag in bij de directeur van de thuisschool. De aanvraag blijft geldig voor de hele schoolloopbaan van de leerling op die school.
  • De geneesheer-specialist stelt het chronische ziektebeeld van het kind vast en bevestigt dat het kind onderwijs mag krijgen. De medische vaststelling van het chronische ziektebeeld blijft geldig voor de hele schoolloopbaan van de leerling op de betrokken school.
  • De afstand tussen de school (vestigingsplaats) en de verblijfplaats van de betrokken leerling bedraagt ten hoogste 10 km.
  • TOAH kan gedeeltelijk op school georganiseerd worden. Dit is mogelijk na een akkoord tussen de ouders en de school en vindt plaats buiten de normale schooluren en niet tijdens de middagpauze.
21.5.2 Synchroon internetonderwijs

Daarnaast kan een leerling die door ziekte of ongeval tijdelijk, langdurig of veelvuldig niet in staat is om de lessen bij te wonen, een aanvraag indienen voor synchroon internetonderwijs[1].
De aanvraag gebeurt via de website www.bednet.be. Synchroon internetonderwijs is gratis.
Synchroon internetonderwijs kan gecombineerd worden met tijdelijk onderwijs aan huis.

21.6 Herstel- en sanctioneringsbeleid

In uitzonderlijke gevallen kan een school een leerplichtige leerling in het lager onderwijs preventief schorsen of tijdelijk of definitief uitsluiten. Kleuters kunnen dus niet preventief geschorst of (tijdelijk of definitief) uitgesloten worden. Vijfjarigen die vervroegd ingestapt zijn in het lager onderwijs, zijn leerplichtig en vallen dus wel onder deze regelgeving.

De beslissing tot preventief schorsen (als bewarende maatregel), tijdelijk of definitief uitsluiten (als tuchtsanctie) wordt genomen door de directeur of zijn afgevaardigde. Enkel in de gevallen waar het gedrag van een leerling het recht op onderwijs van medeleerlingen of de veiligheid en integriteit van zichzelf of anderen in het gedrang brengt, kan een tuchtsanctie (tijdelijke of definitieve uitsluiting) toegepast worden. Tijdelijke en definitieve uitsluiting zijn niet bedoeld om een verstoorde communicatie tussen school en ouders te beslechten. Tijdelijke en definitieve uitsluiting kunnen evenmin door de directie gebruikt worden als oplossing voor een leerling met een besmettelijke ziekte. Bij besmettelijke ziekten kan immers alleen de arts van het CLB beslissen welke maatregelen aangewezen zijn.

Vooraleer er wordt overgegaan tot een preventieve schorsing of tuchtsanctie, zal de school eerst inzetten op begeleidende maatregelen. De school wil hiermee de leerling begeleiden tot gewenst gedrag te komen.

21.6.1 Preventieve schorsing

Een preventieve schorsing is een uitzonderlijke maatregel die de directeur of zijn afgevaardigde voor een leerplichtige leerling in het lager onderwijs kan hanteren als bewarende maatregel in het kader van een tuchtprocedure om de leefregels te handhaven en om te kunnen nagaan of een tuchtsanctie aangewezen is.
De leerling mag gedurende maximaal vijf opeenvolgende schooldagen de lessen en activiteiten van zijn leerlingengroep niet volgen. De directeur of zijn afgevaardigde kan, mits motivering aan de ouders, beslissen om de periode eenmalig met maximaal vijf opeenvolgende schooldagen te verlengen, indien door externe factoren het tuchtonderzoek niet binnen die eerste periode kan worden afgerond.
De school voorziet opvang voor de leerling, tenzij de school aan de ouders motiveert waarom dit niet haalbaar is.

21.6.2 Tijdelijke uitsluiting

De directeur of zijn afgevaardigde kan, in uitzonderlijke gevallen, een leerplichtige leerling in het lager onderwijs tijdelijk uitsluiten. Een tijdelijke uitsluiting is een tuchtsanctie die inhoudt dat de gesanctioneerde leerling gedurende minimaal één schooldag en maximaal vijftien opeenvolgende schooldagen de lessen en activiteiten van zijn leerlingengroep niet mag volgen.
Een nieuwe tijdelijke uitsluiting kan enkel na een nieuw feit.
De school voorziet opvang voor de leerling, tenzij de school aan de ouders motiveert waarom dit niet haalbaar is.
De school voorziet in een interne beroepsprocedure in het schoolreglement.

21.6.3 Definitieve uitsluiting

De directeur of zijn afgevaardigde kan, in uitzonderlijke gevallen, een leerplichtige leerling in het lager onderwijs, definitief uitsluiten. Een definitieve uitsluiting is een tuchtsanctie die inhoudt dat de gesanctioneerde leerling wordt uitgeschreven op het moment dat die leerling in een andere school is ingeschreven en uiterlijk één maand, vakantieperioden tussen 1 september en 30 juni niet inbegrepen, na de schriftelijke kennisgeving.
In afwachting van een inschrijving in een andere school mag de gesanctioneerde leerling de lessen en activiteiten van zijn leerlingengroep niet volgen.
De school voorziet opvang voor de leerling, tenzij de school aan de ouders motiveert waarom dit niet haalbaar is.
Om te vermijden dat het verantwoordelijk blijven van de school ertoe leidt dat ouders van een uitgesloten leerling geen inspanningen doen om hun kind in een andere school in te schrijven, is een termijn voorzien waarna de sanctie van uitsluiting effectief uitwerking krijgt. Is een kind een maand na de schriftelijke kennisgeving nog niet in een nieuwe school ingeschreven, dan is de oude school dus niet langer verantwoordelijk voor de opvang van de uitgesloten leerling. Het zijn uiteindelijk de ouders die erop moeten toezien dat hun kind aan de leerplicht voldoet.
De school doet er in elk geval goed aan om bij uitsluiting het bevoegde CLB in te schakelen om samen naar een oplossing te zoeken.

De school zal bij een definitieve uitsluiting het bevoegde CLB inschakelen om samen naar een nieuwe school te zoeken.

21.6.4 Procedure bij tijdelijke en definitieve uitsluitingen van een leerling

Tijdelijke en definitieve uitsluitingen kunnen alleen uitgevoerd worden na een procedure die de rechten van verdediging waarborgt en waarin de volgende principes gerespecteerd worden:
1. het voorafgaandelijke advies van de klassenraad moet worden ingewonnen. In geval van een definitieve uitsluiting moet de klassenraad uitgebreid worden met een vertegenwoordiger van het CLB die een adviserende stem heeft;
2. de intentie tot een tuchtmaatregel wordt aan de ouders schriftelijk ter kennis gebracht;
3. de ouders en de leerling hebben inzage in het tuchtdossier van de leerling, met inbegrip van het advies van de klassenraad, en worden gehoord, eventueel bijgestaan door een vertrouwenspersoon;
4. de tuchtstraf moet in overeenstemming zijn met de ernst van de feiten;
5. de genomen beslissing wordt schriftelijk gemotiveerd en ter kennis gebracht aan de ouders van de betrokken leerling. De school verwijst in de kennisgeving naar de mogelijkheid tot het instellen van het beroep en neemt de bepalingen uit het schoolreglement die hier betrekking op hebben, op in die kennisgeving.

21.6.5 Beroepsprocedure bij definitieve uitsluiting van een leerling

De ouders die een beslissing tot definitieve uitsluiting betwisten, hebben toegang tot een beroepsprocedure. Het beroep schort de uitvoering van de beslissing tot uitsluiting niet op. De beroepsprocedure is vastgelegd in het schoolreglement en houdt rekening met onderstaande principes.
De ouders stellen het beroep in bij het schoolbestuur. Het verzoekschrift wordt gedateerd en ondertekend en vermeldt ten minste het voorwerp van beroep met feitelijke omschrijving en motivering van de ingeroepen bezwaren. Bij deze omschrijving kunnen overtuigingsstukken gevoegd worden.
Het beroep wordt behandeld door een beroepscommissie. Het beroep leidt tot:
1. hetzij de gemotiveerde afwijzing van het beroep op grond van onontvankelijkheid als:
a) de in het schoolreglement opgenomen termijn voor indiening van het beroep is overschreden;
b) het beroep niet voldoet aan de vormvereisten opgenomen in het schoolreglement;
2. hetzij de bevestiging van de definitieve uitsluiting,
3. hetzij de vernietiging van de definitieve uitsluiting.
Het schoolbestuur aanvaardt de verantwoordelijkheid voor deze beslissing van de beroepscommissie.
Het resultaat van het beroep wordt aan de ouders gemotiveerd en schriftelijk ter kennis gebracht binnen de termijn bepaald in het schoolreglement. Bij overschrijding van deze termijn is de omstreden definitieve uitsluiting van rechtswege nietig.

21.7 Getuigschrift basisonderwijs

Het schoolbestuur kan, op voordracht en na beslissing van de klassenraad, een getuigschrift uitreiken aan een regelmatige leerling uit het gewoon lager onderwijs.

Een regelmatige leerling is volgens het decreet basisonderwijs een leerling die:

  • voldoet aan de toelatingsvoorwaarden;
  • slechts in één school is ingeschreven; (behalve wanneer de leerling ook is ingeschreven in een school voor type 5);
  • aanwezig is behoudens gewettigde afwezigheid;
  • deelneemt aan alle onderwijsactiviteiten die voor hem of zijn leergroep worden georganiseerd. Deelnemen aan het taalbad wordt beschouwd als een onderwijsactiviteit die voor hem of zijn leerlingengroep wordt georganiseerd.

Een getuigschrift kan slechts uitgereikt worden aan leerlingen die vóór 1 januari van het lopende schooljaar al acht jaar geworden zijn.

De klassenraad oordeelt autonoom of een regelmatige leerling in voldoende mate, die doelen uit het leerplan die het bereiken van de eindtermen beogen heeft bereikt, om een getuigschrift basisonderwijs te bekomen. De beslissing van de klassenraad is steeds het resultaat van een weloverwogen evaluatie in het belang van de leerling.

De leerlingen die geen getuigschrift basisonderwijs krijgen, hebben recht op:

  • Een schriftelijke motivering waarom de leerling het getuigschrift basisonderwijs niet behaalt, met inbegrip van bijzondere aandachtspunten voor de verdere schoolloopbaan.
  • Een verklaring met vermelding van het aantal en soort gevolgde schooljaren lager onderwijs.

De beslissing omtrent het toekennen van een getuigschrift wordt uiterlijk op 30 juni aan de ouders meegedeeld. De ouders worden geacht die beslissing uiterlijk op 1 juli in ontvangst te hebben genomen. Indien de ouders niet akkoord gaan met de genomen beslissing volgt er, op vraag van de ouders, een overleg met de directeur en zijn afgevaardigde, binnen een termijn vastgelegd in het schoolreglement. De school kan dit overleg niet weigeren. Van het overleg wordt een schriftelijke neerslag gemaakt. Dit overleg kan ertoe leiden dat de directeur of zijn afgevaardigde beslist om de klassenraad opnieuw te laten samenkomen om het niet toekennen van het getuigschrift basisonderwijs te bevestigen of te wijzigen. De ouders nemen de beslissing om de klassenraad niet opnieuw te laten samenkomen, dan wel de beslissing van de klassenraad die opnieuw is samengekomen schriftelijk in ontvangst. Bij het niet in ontvangst nemen van deze beslissing door de ouders op de voorziene datum wordt ze toch geacht te zijn ontvangen op de voorziene ontvangstdatum. Indien de ouders niet akkoord gaan met de beslissing, wijst de school de ouders schriftelijk op de mogelijkheid tot beroep.

Ouders die niet akkoord gaan met het niet toekennen van een getuigschrift basisonderwijs aan hun kind, hebben dus toegang tot een beroepsprocedure. De beroepsprocedure is vastgelegd in het schoolreglement. Ouders kunnen evenwel slechts een beroep instellen na een overleg met de directeur en zijn afgevaardigde binnen een termijn vastgelegd in het schoolreglement.

De ouders stellen het beroep in bij het schoolbestuur. Het beroep wordt gedateerd en ondertekend en vermeldt ten minste het voorwerp van het beroep met beschrijving van de feiten en motivering van de ingeroepen bezwaren. Bij deze beschrijving kunnen overtuigingsstukken worden gevoegd.

Het beroep tegen het niet uitreiken van het getuigschrift basisonderwijs dat behandeld wordt door de beroepscommissie leidt tot:

  • hetzij de gemotiveerde afwijzing van het beroep op grond van onontvankelijkheid als:

o   de termijn voor indiening van het beroep, opgenomen in het schoolreglement, is overschreden;

o   het beroep niet voldoet aan de vormvereisten opgenomen in het schoolreglement;

  • hetzij de bevestiging van het niet toekennen van het getuigschrift basisonderwijs,
  • hetzij de toekenning van het getuigschrift basisonderwijs.

Het schoolbestuur aanvaardt de verantwoordelijkheid voor de beslissing van de beroepscommissie.

Het resultaat van het beroep wordt aan de ouders schriftelijk ter kennis gebracht uiterlijk op 15 september daaropvolgend.

21.8 Financiële bijdrage

Voor scholen van het gesubsidieerd basisonderwijs kan geen direct of indirect inschrijvingsgeld gevraagd worden. Evenmin kunnen er bijdragen worden gevraagd voor materialen die gebruikt worden om de eindtermen te realiseren of de ontwikkelingsdoelen na te streven. Het Vlaams Parlement heeft een lijst vastgelegd met materialen die kosteloos ter beschikking moeten worden gesteld om de eindtermen te realiseren of de ontwikkelingsdoelen na te streven.

Lijst met materialen

  • Bewegingsmateriaal
  • Constructiemateriaal
  • Handboeken, schriften, werkboeken en –blaadjes, fotokopieën, software
  • ICT- materiaal
  • Informatiebronnen
  • Kinderliteratuur
  • Knutselmateriaal
  • Leer- en ontwikkelingsmateriaal
  • Meetmateriaal
  • Multimediamateriaal
  • Muziekinstrumenten
  • Planningsmateriaal
  • Schrijfgerief
  • Tekengerief
  • Atlas
  • Globe
  • Kaarten
  • Kompas
  • Passer
  • Tweetalige alfabetische woordenlijst
  • Zakrekenmachine

Het schoolbestuur kan wel een bijdrage vragen voor:

  • Activiteiten of verplichte materialen die niet noodzakelijk zijn voor de eindtermen en ontwikkelingsdoelen en waarvan de ouders het te besteden bedrag niet zelf kunnen bepalen.
    Voor deze categorie dient de school een scherpe maximumfactuur te respecteren.
    Voor het schooljaar 2019-2020 bedraagt het geïndexeerd plafond:

o   voor kleuters € 45

o   voor lagere schoolkinderen € 90

  • Meerdaagse Voor deze categorie dient de school voor het schooljaar 2019-2020 een maximumfactuur van € 440 per kind voor de volledige loopbaan lager onderwijs te respecteren. Voor het kleuteronderwijs mag geen bijdrage gevraagd worden.
  • Diensten die de school aanbiedt en die buiten de kosteloosheid en de maximumfacturen vallen. Voor deze categorie worden de kosten opgenomen in een bijdrageregeling. Deze bijdrageregeling wordt besproken in de schoolraad en wordt bij het begin van het schooljaar meegedeeld aan de ouders. De kosten die aan de ouders worden doorgerekend moeten in verhouding zijn tot de geleverde prestatie.

21.9 Geldelijke en niet-geldelijke ondersteuning die niet afkomstig is van de Vlaamse gemeenschap en de rechtspersonen die daarvan afhangen (reclame- en sponsorbeleid)

In het Decreet basisonderwijs zijn een aantal beginselen vastgelegd waaraan scholen, die reclame en sponsoring door derden toelaten, zich sinds 1 september 2001 moeten houden.

Artikel 51, §4 bepaalt dat een schoolbestuur dat mededelingen toelaat die rechtstreeks of onrechtstreeks tot doel hebben de verkoop van producten of diensten te bevorderen de volgende principes moet in acht nemen:

  • De door het schoolbestuur verstrekte leermiddelen of verplichte activiteiten moeten vrij blijven van reclame.
  • Facultatieve activiteiten (bv. schoolreis, bosklassen,…) moeten vrij blijven van reclame, behalve wanneer die enkel verwijst naar het feit dat de activiteit of een gedeelte van de activiteit ingericht werd door middel van een gift, een schenking of een prestatie om niet of verricht werd onder de reële prijs door een bij name genoemde natuurlijke persoon, rechtspersoon of een feitelijke vereniging.
  • Reclame en sponsoring mogen niet kennelijk onverenigbaar zijn met de pedagogische en onderwijskundige taken en doelstellingen van de school. Dit principe betekent dat er geen schade mag berokkend worden aan de geestelijke en/of lichamelijke gesteldheid van leerlingen en dat sponsoring en reclame in overeenstemming moet zijn met de goede smaak en het fatsoen.
  • Reclame en sponsoring mogen de objectiviteit, de geloofwaardigheid, de betrouwbaarheid en de onafhankelijkheid van de school niet in het gedrang brengen.

Elke school die wenst gebruik te maken van reclame en sponsoring, moet over de hierboven vermelde algemene principes concrete afspraken maken. Het staat vast dat reclame en sponsoring hoe dan ook een rol spelen in de moderne maatschappij en in de belevingswereld van kinderen. Het is daarom essentieel dat er over de fundamentele visie op reclame en sponsoring voorafgaandelijk overleg wordt gepleegd in de schoolraad / participatieraad. Via het schoolreglement worden de ouders geïnformeerd over de afspraken die er m.b.t. sponsoring en reclame gemaakt werden.

Als ouders het niet eens zijn met beslissingen van de school inzake sponsoring, kunnen zij daarover een klacht indienen bij de Commissie Zorgvuldig Bestuur.

21.10 PRIVACY

De reglementaire basis voor de passage uit het schoolreglement is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) van 27 april 2016 (ook wel de General Data Protection Regulation (GDPR) genoemd).

Het toegangsrecht van ouders doet echter geen afbreuk aan het feit dat een minderjarige leerling over voldoende onderscheidingsvermogen kan beschikken om zelfstandig zijn privacy rechten uit te oefenen. Voor een leerling met voldoende onderscheidingsvermogen oefenen de ouders (of de personen die in rechte of in feite toezicht uitoefenen op de leerling) in principe niet de privacy rechten van de leerling uit zonder diens toestemming. Dat betekent dat de school in bepaalde situaties een afweging zal moeten maken in het belang van de leerling. In elk geval zal ze privacygevoelige informatie enkel aan de ouders doorgeven met medeweten van de leerling.

21.10.1 Overdracht van leerlingengegevens bij schoolverandering

In geval van schoolverandering worden tussen de betrokken scholen leerlingengegevens overgedragen onder de volgende voorwaarden:

  • de gegevens hebben enkel betrekking op de leerlingspecifieke onderwijsloopbaan;
  • de overdracht gebeurt enkel in het belang van de persoon op wie de onderwijsloopbaan betrekking heeft;
  • tenzij de regelgeving de overdracht verplicht stelt, gebeurt de overdracht niet indien de ouders er zich expliciet tegen verzetten, na, op hun verzoek, de gegevens te hebben ingezien.

Een gemotiveerd verslag of een verslag dient verplicht te worden overgedragen door de oude school aan de nieuwe school.

Gegevens die betrekking hebben op schending van leefregels door de leerling zijn nooit tussen scholen overdraagbaar.

21.10.2 Publicatie van beeld- of geluidsopnames (foto’s, filmpjes…)

Scholen maken en publiceren beeld-of geluidsopnames van situaties die deel uitmaken van het gewone schoolse leven steeds op een respectvolle manier. Hiervoor moeten ze wel ook steeds de uitdrukkelijke toestemming van de betrokkenen vragen. Deze toestemming is altijd intrekbaar. Dit betekent dat er vanaf dan geen beeld-of geluidsopnames van die leerling mogen worden verwerkt voor de doelen waarvoor de betrokkene zijn toestemming heeft ingetrokken (bv. voor een bepaald medium).

Het is voldoende om, eenmalig, bij het begin van de schoolloopbaan van de leerling in de school de toestemming te verzoeken. Die toestemming geldt dan voor de volledige schoolloopbaan van de leerling. Indien de school de beeld- of geluidsopnames voor andere doelen wil gebruiken dan eerder gevraagd (bv. in een ander medium), dan moet ze opnieuw toestemming vragen.

Op school mogen enkel personeelsleden of personen die daarvoor een opdracht hebben gekregen, bv. de schoolfotograaf, beeld-of geluidsopnames maken. Door deze bepaling mogen leerlingen dus zelf geen beeld-of geluidsopnames maken met bv. hun gsm’s. Dergelijke bepaling in het schoolreglement over de regelgeving kan een ontradend effect hebben en op die manier deel uitmaken van de preventiestrategie van de school.

21.10.3 Recht op inzage, toelichting en kopie

Ouders hebben recht op inzage in en recht op toelichting bij de gegevens die op de leerling betrekking hebben, waaronder de evaluatiegegevens, die worden verzameld door de school. Ouders kunnen een kopie vragen van de leerlingengegevens. De school mag geen retributiekost vragen voor de eerste kopie van een document. Voor bijkomende kopieën van dat document mag wel een redelijke vergoeding op basis van de administratieve kosten worden aangerekend.

Iedere kopie dient persoonlijk en vertrouwelijk behandeld te worden, mag niet verspreid worden noch publiek worden gemaakt en mag enkel gebruikt worden in functie van de onderwijsloopbaan van de leerling.

Als bepaalde gegevens ook een derde betreffen en volledige inzage in de gegevens door ouders afbreuk zou doen aan het recht van de derde op bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer, wordt de toegang tot deze gegevens verstrekt via een gesprek, gedeeltelijke inzage of rapportage.

21.10.4 Bewakingscamera’s

Een school geldt als een publiek toegankelijke, gesloten ruimte. Ze kan gebruik maken van bewakingscamera’s.

De beslissing om camera’s op te hangen wordt genomen door het schoolbestuur en moet aan de politiediensten meegedeeld worden via de website www.aangiftecamera.be. Deze mededeling bevat een aantal gegevens en gebeurt op elektronische wijze via het centraal e-loket voor de aangifte van bewakingscamera’s, dat door de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken ter beschikking wordt gesteld. Het schoolbestuur doet dat uiterlijk de dag vóór die waarop de bewakingscamera in gebruik worden genomen. Heimelijk gebruik is verboden. Bovendien mogen beelden die geen bijdrage leveren voor het bewijzen van misdrijven, van schade of van overlast of tot het identificeren van een dader, een verstoorder van de openbare orde, een getuige of een slachtoffer niet langer dan één maand bewaard worden. Bewakingscamera’s mogen noch beelden opleveren die de intimiteit van een persoon schenden, noch gericht zijn op het inwinnen van informatie over de filosofische, religieuze, politieke, syndicale gezindheid, etnische of sociale origine, het seksuele leven of de gezondheidstoestand.

De ouders en de leerlingen worden best over het gebruik van bewakingscamera’s geïnformeerd in het schoolreglement. Het betreden van een plaats waar een pictogram aangeeft dat er camerabewaking plaatsvindt, geldt als voorafgaande toestemming.

Terug naar boven

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.